Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3.0

Juridische grondslag

Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte

Binnen het kader van de A.P.V. vindt de regulering van de terrassen thans plaats op basis van artikel 2.1.5.1. Deze bevoegdheidsgrondslag heeft tot op zekere hoogte evenwel een dubieus karakter en wel in die zin dat de aldaar genoemde weigeringsgronden zich niet uitstrekken tot bescherming van het leefmilieu en/of het karakter van de omgeving, maar beperkt blijven tot gebruik dat "gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg."  Voorts behelst deze regulering uitsluitend de verlening van vergunningen voor het plaatsen van een terras op de openbare weg. De exploitatie van terrassen die op particulier terrein gelegen zijn (maar die wel voor publiek toegankelijk zijn en waarvan de exploitatie vanaf de openbare weg waarneembaar is), wordt momenteel niet binnen het kader van de A.P.V. gereguleerd. Wel wordt de exploitatie van deze terrassen krachtens wettelijke voorschriften op milieugebied momenteel nog qua tijdstip beperkt. Er is evenwel wetgeving in voorbereiding die aan deze regulering een einde maakt. Ofschoon de exploitatie van terrassen op particulier terrein zoals hiervoor reeds opgemerkt buiten het kader van het onderwerp van deze nota valt (gebruik van openbare ruimte), ware daaraan op deze plaats toch aandacht te besteden en wel vanwege het nauwe verband dat deze materie nu eenmaal heeft met de exploitatie van terrassen op gemeentegrond. Beide categorieën terrassen kunnen immers een vrijwel identieke invloed hebben op hun omgeving (het "uitstralingseffect"), zodat er vanuit die optiek bezien geen redenen bestaan voor een verschillende benadering. Integendeel, vanwege de overeenkomstige effecten op de omgeving is een zelfde benadering op het gebied van regulering van de exploitatie juist aan te bevelen. Het feit dat de exploitatie van terrassen op particuliere percelen tot dusverre niet in de A.P.V. is gereguleerd wordt dan ook ervaren als een omissie, die slechts onvoldoende wordt gecompenseerd door een regulering middels voorschriften op het gebied van de milieuwetgeving. Daarbij komt nog dat deze voorschriften binnenkort vervallen voor wat betreft het toezicht op de terras-exploitatie. Op grond van het vorenstaande wordt vastgesteld dat het aanbeveling verdient om de raad een voorstel te doen voor aanvulling van de A.P.V., door daarin middels het hanteren van een vergunningenstelsel een specifieke grondslag op te nemen voor de regulering van * het plaatsen van terrassen op de openbare weg, waarbij de weigeringsgronden niet beperkt zijn tot die genoemd in artikel 2.1.5.1, maar mede omvatten het behoud van het karakter van een buurt of stadsdeel alsmede de zorg voor het leefmilieu aldaar * de exploitatie van terrassen die zich bevinden op of aan de openbare weg, dan wel vanaf die weg waarneembaar zijn. Bij dit aspect van regulering dient met name gedacht te worden aan de tijdstippen waarop deze terrassen geopend mogen zijn, alsmede aan zaken als de verlichting etc. Er wordt dus een bestuursrechtelijk fenomeen in het leven geroepen dat tot dusverre binnen het kader van de Kerkraadse A.P.V. niet bestaan heeft: een specifieke terrasvergunning. Het concept van de daartoe aan de raad voor te stellen aanvullende A.P.V.-bepaling wordt in de bij deze nota horende bijlage weergegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel