Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.3.1

Verlening en weigering van de vergunning

Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte

De verlening van een vergunning voor het hebben van een terras op openbare grond en op particulier terrein, voor zover vanaf de openbare weg waarneembaar, vraagt op onderdelen een wat specifieker beleid dan ten aanzien van het bijzonder gebruik van de openbare weg als bedoeld in artikel 2.1.5.1 in zijn algemeen. De aanwezigheid van terrassen kan een positieve invloed hebben op de uitstraling van stadsdelen die overwegend een verzorgingsfunctie vervullen. Daarbij moet dan vooral, maar niet uitsluitend worden gedacht aan het Centrum of subcentra als de Akerstraat e.o., Eijgelshoven-Kom en het Piusplein e.o. De exacte begrenzing van deze gebieden wordt nader aangewezen in een bij deze nota horende bijlage. Vooral rond de Markt kunnen terrassen bijdragen tot het creëren van een gezellige sfeer en dient hieraan van gemeentewege in beginsel steeds te worden meegewerkt, waarbij voorschriften worden gesteld die ertoe strekken om * overlast en onaanvaardbare belemmering van het overig gebruik van de openbare ruimte aldaar zoveel als wenselijk te beperken, * de verkeersveiligheid te waarborgen * de kwaliteit van de openbare ruimte ter plaatse in stand te houden door eisen van welstand te stellen. Buiten het voetgangersgebied wordt geen vergunning voor een terras verleend, indien het  uitsluitend voor voetgangers bestemde deel van de openbare weg, haaks gemeten vanaf de gevel, minder bedraagt dan 2,9 meter. De ratio hierachter is, dat een terras in zijn kleinst denkbare omvang, minimaal 1,4 meter diep is. Een terras van een kleinere omvang is een fictie; al zou het meubilair hierop zijn afgestemd, dan nog zouden de gebruikers ervan er zeer snel toe neigen om toch meer plek in te nemen, hetgeen dan ten koste gaat van de vrije verkeersruimte voor passanten. Het is niet acceptabel dat deze een geringere breedte heeft dan 1,5 meter. In stadsdelen die in het geheel geen verzorgende of geen overwegend recreatieve functie hebben, waaronder met name de wijken met een woonfunctie, heeft een terras doorgaans geen of nauwelijks toegevoegde waarde voor de kwaliteit van de openbare ruimte, maar doet in beginsel juist afbreuk aan het karakter van die stadsdelen, dan wel aan het leefmilieu aldaar. In deze gebieden dient een terras dan ook in beginsel niet te worden toegestaan, tenzij het gaat om locaties aan doorgaande verkeerswegen en er geen gevaar bestaat voor hinder of overlast ten opzichte van bebouwing met een overwegende woonfunctie die zich eventueel in de nabijheid ervan bevindt. Welke deze doorgaande verkeerswegen zijn wordt in de bijlage nader bepaald. De ratio achter dit beleidsonderdeel ligt in de zorg voor het behoud van de specifieke identiteit van woonwijken en andere gebieden zonder een verzorgende of overwegend recreatieve functie; een terras zou in zo'n gebied in conflict komen met deze identiteit die gekenmerkt wordt door een zeker element van rust en dit niet alleen in akoestisch, maar ook in optisch opzicht. Een zeer strikte beperking van de openingsuren van de terrassen in deze buurten (van 14.00 tot 17.00 uur), zoals tot dusverre werd gehanteerd in het kader van het milieutechnisch toezicht, is daarom niet toereikend; dit kan enkel akoestische overlast in de avond- en nachturen voorkomen, doch heeft geen effect op het optisch storend element overdag. Gelet op de behoefte aan rust bij veel bewoners van die wijken en de naar verwachting lage acceptatiegraad aldaar ten aanzien van fenomenen die als een structurele bedreiging van deze rust worden ervaren, kan het toestaan van terrassen in een woonwijk, zelfs met een stringente regulering van de openingstijden, een onaanvaardbaar openbaar orde-probleem gaan opleveren. Overigens kan worden vastgesteld dat de exploitatie van deze terrassen op basis van het huidige beleid door het hanteren van strikte openingstijden reeds zodanig wordt beperkt, dat deze exploitatie niet aantrekkelijk lijkt en er bijgevolg van deze mogelijkheid nauwelijks gebruik wordt gemaakt. Met betrekking tot het tegengaan van akoestische overlast wordt in dit verband overigens nogmaals gewezen op de reeds eerder aangehaalde toekomstige aanpassing van de milieuwetgeving; door een aangekondigde aanpassing het Besluit horeca-inrichtingen milieubeheer (een amvb krachtens de Wet milieubeheer), blijkt een wijziging in de milieuwetgeving in voorbereiding te zijn, die ertoe strekt dat de voorschriften verdwijnen die het wettelijk toelaatbaar geluidsniveau van terrassen, voor zover dit wordt voortgebracht door stemgeluiden, limiteren. Daarmee kan dan in de toekomst vanuit die invalshoek niet langer worden opgetreden tegen geluidsoverlast producerende terrassen (door het stellen van voorwaarden en de consequente handhaving daarvan). Een reden te meer om terrassen uit woonbuurten e.d. te weren. De exploitatie van terrassen in stadsdelen met een zuiver woonkarakter, dient dus in beginsel niet te worden toegestaan. De concrete aanwijzing van deze gebieden volgt uit de plattegrond  horende bij de bijlage. Dit neemt niet weg dat er voor het hebben van een terras situaties denkbaar zijn waar, ook in een woonwijk, gelet op de situering van het terras ten opzichte van zijn omgeving geen noemenswaardige overlast of aantasting van het leefmilieu kan worden verwacht. In zo'n geval zou vergunningverlening toch mogelijk moeten zijn. Duidelijk is dat het dan wel om een uitzonderlijke situatie moet gaan waarvan niet snel sprake zal zijn. Tenslotte blijft het mogelijk om in woonwijken vergunningen af te geven voor de plaatsing en exploitatie van tijdelijke terrassen en wel voor de duur van een aldaar plaats hebbend evenement. Resumerend kan worden gesteld dat gebruik van de bevoegdheid tot het verlenen of weigeren van een terrasvergunning plaats zal hebben op basis van de volgende uitgangspunten: 1. op locaties die blijkens de bij de bijlage horende plattegrond niet a zijn gelegen binnen een gebied met een verzorgende functie b zijn gesitueerd langs doorgaande verkeerswegen, wordt geen terras-vergunning gegeven, behoudens * in situaties waarin voor de omgeving geen sprake is en kan zijn van enige hinder of overlast; het tijdstip van exploitatie wordt bij deze terrassen beperkt van 14.00 tot 21.00 uur. * gedurende evenementen, waarbij gedacht moet worden aan kermissen, braderieën alsmede straat- of buurtfeesten, en mits de hinder of overlast voor de omgeving, de tijdelijkheid van de exploitatie in aanmerking genomen, niet onaanvaardbaar is; de exploitatitijdstippen worden hier gekoppeld aan de duur van het evenement. 2.  op locaties die blijkens bij de bijlage horende plattegrond wel a zijn gelegen binnen een gebied met een verzorgende functie b zijn gesitueerd langs doorgaande verkeerswegen, wordt terras-exploitatie in beginsel steeds toegestaan, en wel van 10.00 uur tot 24.00 uur, uiteraard mits de plaatsing van deze terrassen (voor zover op openbare grond gesitueerd) niet geweigerd wordt. Voor wat betreft de terrassen in het voetgangersgebied kan op vrijdag-, zaterdag- en zondagavond een wat later sluitingsuur worden gehanteerd: 01.00 uur. Aanvragen om een vergunning voor terrassen gelegen op de locaties genoemd onder 2. komen dus in beginsel steeds voor inwilliging in aanmerking, mits de plaatselijke omstandigheden dit uiterraard toelaten en andere uitgangspunten zich daar niet tegen verzetten. Zo spreekt het vanzelf dat ter plaatse fysiek ook voldoende ruimte moet zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel