Het beleid is tot dusverre steeds geweest om dit soort verwijzingsborden niet toe te staan, teneinde wildgroei door het ontstaan van een bordenwoud te voorkomen. Er zijn geen argumenten om dit beleid ingrijpend te wijzigen. Wel kan een nuancering worden aangebracht, in die zin dat voor borden die verwijzen naar een te verkopen onroerende zaak een toestemming wordt verleend, indien zo'n verwijzing in redelijkheid vereist is voor de verkoopbaarheid van het desbetreffend object, vanwege de omstandigheid dat dit object moeilijk te vinden is. Dit criterium wordt geacht altijd te zijn vervuld indien het gaat om een pand/perceel dat gelegen is in een doodlopende straat, aan een woonerf op een plek die met een motorvoertuig niet bereikbaar is. De toestemming wordt op aanvraag verleend door middel van het afgeven van een jaarvergunning, waarna de vergunninghoudende makelaar gedurende een jaar een ongelimiteerd aantal verwijzingsborden in de openbare ruimte kan plaatsen, met dien verstande dat voor elk te verkopen pand/perceel slechts één bord wordt geplaatst en dat de gewenste plaatsing in voorkomende gevallen vooraf aan de gemeente wordt gemeld. De gemeente behoudt zo de gelegenheid om te toetsen of de plek waar het bord wordt gewenst al dan niet geschikt is. Aan de vergunning worden voorts voorschriften verbonden in verband met de wijze van plaatsing, de afmeting en het uiterlijk aanzien van het te plaatsen verwijzingsbord. Daarbij wordt tevens bepaald dat de toestemming tot plaatsing vervalt, zodra het object is verkocht. Verwijzingsborden waarop een strook is geplakt met de tekst "verkocht" dienen uitsluitend een reclame-doel van een makelaar en zijn daarom niet toegestaan. In verband met de afgifte van een jaarvergunning zijn leges verschuldigd.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4.3
Tijdelijke verwijzingsborden naar een plaatselijk object
Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte