Allereerst dient, beter dan tot nog toe het geval is, kenbaar te zijn waar zich de plekken exact bevinden die als locatie voor de <<driehoeksborden>> zijn aangewezen. Dit kan geschieden door een duidelijke kenmerking van de lantaarnpalen waaromheen de borden geplaatst worden, zulks ten behoeve van zowel de vergunninghouder, alsook de met het toezicht belastte handhavings-ambtenaren.
Het aangewezen handhavingsinstrument is hier de toepassing van bestuursdwang, door de onrechtmatig geplaatste reclame-borden te laten verwijderen, op kosten van de overtreder (voor zover diens identiteit bekend is). Aan de toepassing van de bevoegdheid tot bestuursdwang dient telkens een schriftelijke waarschuwing vooraf te gaan als bedoeld in artikel 130 van de Gemeentewet, waarbij de overtreder tevens gewezen wordt op het kostenverhaal op hem door de gemeente. De bedoeling van deze waarschuwing is onder meer om de overtreder zelf in staat te stellen de onrechtmatige toestand op te heffen. In de praktijk blijkt het evenwel vaak onmogelijk om de identiteit vast te stellen van degene die de borden heeft geplaatst en daarmee de overtreder is van de desbetreffende A.P.V.-bepaling. In zo'n geval is het feitelijk onmogelijk om te voldoen aan de plicht uit artikel 130 Gemeentewet, te weten de schriftelijke aankondiging tot toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid uit te brengen. De borden worden in dat geval door de gemeente verwijderd, en wel zonder schriftelijke waarschuwing. Indien zulks voor de gemeente volstrekt onmogelijk is, behoeft deze aan het procedurevoorschrift uit meervermeld Gemeentewetartikel geen gevolg te geven. Dit is ook niet onlogisch, daar anders in gevallen als deze de bevoegdheid tot toepassing van bestuursdwang feitelijk zou ontbreken.
In aansluiting op het vorenstaande wordt in geval van onrechtmatig geplaatste reclameborden gehandeld conform de navolgende gedragslijn: a. Het uitbrengen van een schriftelijke waarschuwing aan degene die voor de plaatsing verantwoordelijk is. De termijn om de borden weg te halen dient in dat geval niet korter te zijn dan één dag, de dag van ontvangst van de waarschuwing niet meegerekend.
Schriftelijke waarschuwing blijft achterwege indien een onmiddellijke verwijdering van de borden noodzakelijk is uit een oogpunt van openbare veiligheid (waaronder de vrijheid en veiligheid van het verkeer). Een schriftelijk besluit waaruit blijkt de toepassing van bestuursdwang wordt dan achteraf uitgebracht en wel zo spoedig mogelijk.
Een schriftelijke waarschuwing blijft geheel achterwege indien het uitbrengen ervan volstrekt onmogelijk is omdat de identiteit en het adres van de overtreder niet kan worden achterhaald met gebruikmaking van een administratieve inzet die in een redelijke verhouding staat tot de kosten gemoeid met de toepassing van de bestuursdwangbevoegdheid.
b. Indien de borden niet verwijderd zijn door de overtreder nadat deze daartoe zo mogelijk in de gelegenheid is gesteld, worden de reclameborden door medewerkers van de afdeling Openbare Ruimte verwijderd en opgeslagen op het terrein van de gemeentewerf aan de Hammolenweg. Van de verwijdering wordt door deze medewerkers een verslag opgemaakt, dat vervolgens wordt gedeponeerd bij de afdeling Openbare Orde en Veiligheid. In dat verslag wordt tenminste aangegeven:
* datum en tijdstip van de verwijdering
* aanduiding van de locatie van verwijdering
* opsomming en omschrijving van het verwijderde en in bewaring genomen materiaal, met inbegrip van een aanduiding van de toestand waarin dit zich bevindt
* berekening van de kosten van verwijdering.
c. Het borden-materiaal blijft gedurende een termijn van dertien weken beschikbaar voor retournering aan de belanghebbende.
De gemeente heeft op dit materiaal uiteraard wel een retentierecht; teruggave vindt niet plaats dan nadat de overtreder de kosten van het de bestuursdwangtoepassing heeft verhaald.
Zijn de borden binnen genoemde termijn niet teruggegeven, kunnen de borden worden vernietigd of om niet weggeven worden, zulks ter bepaling van het hoofd van de afdeling Openbare Ruimte.
d. Indien de identiteit en het adres van de overtreder kunnen worden achterhaald, vindt steeds verhaal van kosten plaats, zonodig middels betekening van een dwangbevel.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.4.6
Handhaving
Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte