Tot dusverre is voor circussen en dergelijke (tentoonstellingen) steeds een privaatrechtelijke gebruikstoestemming (huurovereenkomst) afgegeven met daaraan gekoppeld een huursom. Daarnaast dient een circus te beschikken over een APV-vergunning ex artikel 2.2.2 voor het houden van een evenement; voor het afgeven van de vergunning wordt krachtens de legesverordening leges geheven. Het plaatsen van een circus- of feesttent is niet vergunningplichtig ingevolge artikel 5.2.3 A.P.V.; in dat artikel wordt bepaald dat een vergunning voor het innemen van standplaats niet voorgeschreven is indien een vergunning ex artikel 2.2.2 is afgegeven. Dit voorkomt onnodige doublures met betrekking tot vergunningen op basis van de A.P.V. af te geven voor een en dezelfde aktiviteit. Er is geen aanleiding om dit systeem thans te wijzigen.
Anders dan ten aanzien van circussen wordt voor feesttenten enkel een evenementen-vergunning geëist. Voor het gebruik van de openbare grond wordt geen financiële vergoeding gevraagd. Dit onderscheid is met toepassing van de algemene uitgangspunten niet langer te rechtvaardigen, behoudens in die gevallen waarin de plaatsing van een feesttent voldoet aan de criteria, genoemd in paragraaf 3.5 van deze nota (gebruik van openbare grond waaraan elke commerciële grondslag ontbreekt, zoals manifestaties met een overwegend of uitsluitend sociaal-cultureel karakter). In de regel voldoet het organiseren van een feest dat plaats heeft in een tent, voor een ieder toegankelijk is en waar drank e.d. wordt verstrekt waarmee het maken van winst wordt beoogd, niet aan dit criterium. In dit geval wordt het maken van winst beoogd, anders dan het geval is bij een wijk- of straatfeest. Dit laatste behoeft geen batig saldo op te leveren, doch enkel een sluitende exploitatie. In aansluiting hierop zal voortaan ook voor de plaatsing van andere tenten dan alleen die van circussen in beginsel steeds een financiële vergoeding worden gevraagd. Indien de tenten worden geplaatst door organisaties die zelf geen commercieel doel nastreven, is een nadere differentiatie in de tarievensfeer verdedigbaar.
Samengevat: verenigingen, stichtingen e.d. (organisaties zonder commercieel doel) die middels het plaatsen van een feesttent een aktiviteit ontwikkelen waarmee het maken van winst wordt beoogd, althans het verwerven van inkomsten een op zichzelf staande doelstelling is, zijn daarvoor een financiële vergoeding verschuldigd. De
hoogte van het bedrag is daarbij dan evenwel geringer dan hetgeen in rekening wordt gebracht aan een op zichzelf reeds commercieel ingestelde exploitant van een feesttent (zoals een circus).
Ofschoon het juridisch niet onmogelijk is om terzake precariorechten te heffen, ware om redenen van doelmatigheid het thans gehanteerde vergoedingensysteem (huurovereenkomst) te handhaven. Bij tenten is het gebruik van de openbare ruimte namelijk dusdanig incidenteel en kortstondig (hooguit 3 à 5 dagen) van karakter) dat het vragen van een huursom op basis van een huurovereenkomst, voorafgaand aan het gebruik, organisatorische voordelen biedt in de invorderingssfeer.
De hoogte van de tarieven is neergelegd in de bij deze nota horende bijlage.
Hoofdstuk 4
Artikel 4.5.1
Circus- en feesttenten
Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte