Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.5.1.a

Selectieprocedure circussen

Onderdeel van Beleidsnota inzake het bijzonder gebruik van openbare ruimte

Uitgangspunt is dat per kalenderjaar voor maximaal 2 circussen een vergunning wordt verleend, waarbij de desbetreffende optredens niet mogen plaats hebben binnen een tijdsbestek van twee maanden. Een vergunning wordt niet verleend indien met de vergunningaanvrager geen pachtovereenkomst tot stand komt. Zou in zo'n geval namelijk toch vergunning worden verleend, dan kan dit als strijdig worden beschouwd met het openbaar belang (een van de genoemde weigeringsgronden), en wel omdat het gebruikmaken van een vergunning, zonder de vereiste privaatrechtelijke toestemming van de rechtmatige eigenaar van de grond (de gemeente), zou kunnen leiden tot een bestuursdwang-uitoefening (verwijdering circus) die een niet onaanzienlijke invloed heeft op het openbare leven. Premisse om voor vergunningverlening in aanmerking te kunnen komen is dus het tot stand komen van een privaatrechtelijke pachtovereenkomst tussen gemeente en circus. De afwegingscriteria waarbij wordt bepaald met welk circus al dan niet een pachtovereenkomst worden aangegaan, kunnen ruimer zijn dan de weigeringsgronden voor de A.P.V.-vergunning ex artikel 2.2.2.  De selectieprocedure die terzake plaats heeft kent de navolgende uitgangspunten en criteria: 1. Kwaliteit van het geboden program.  Indien er meer aanvragen zijn dan gehonoreerd kunnen worden, gaat de voorkeur uit naar het kwalitatief betere circus. Aan circussen waarvan de kwaliteit onvoldoende is wordt alleen een overeenkomst aangegaan, voor zover er geen andere circussen zijn waarvan de aanvraag voor honorering in aanmerking komt. Omdat de gemeente onvoldoende kennis in huis heeft om zelf te kunnen beoordelen in hoeverre er sprake is van program-kwaliteit, wordt terzake advies ingewonnen van de Nederlandse Vereniging van Circusvrienden, die op dit terrein geacht wordt een gezaghebbend oordeel te kunnen vormen. 2. Volgorde van binnenkomst aanvraag. Indien toepassing van het criterium genoemd onder 1. niet of onvoldoende kan leiden tot een rangorde in kwaliteit, is de volgorde van de aanvraag bepalend. 3. Variatie. Het publiek is gediend met een zo gevarieerd mogelijk circusaanbod, hetgeen impliceert dat voorkomen moet worden dat een en hetzelfde circus (al is het van goede kwaliteit) meermaals achtereen optreedt. Daarom wordt een roulatiemechanisme toegepast, in die zin dat een circus slechts maximaal een maal per vier jaren voor een optreden in aanmerking kan komen. Van dit beginsel kan worden afgeweken, indien er niet meer aanvragen worden ontvangen dan gehonoreerd kunnen worden. 4. Geen overeenkomst wordt aangegaan met een circus dat wenst op te treden in dezelfde week dat binnen de desbetreffende wijk een evenement of kermis wordt georganiseerd. 5. Negatieve ervaringen met een circus omtrent de wijze waarop uitvoering is gegeven aan voorschriften verbonden aan een in het verleden verstrekte vergunning, dan wel voorwaarden uit een in het verleden aangegaan contract, kunnen leiden tot een weigering om een contract aan te gaan.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel