Aan de ambtenaar kan om redenen van werving of behoud een toelage worden toegekend.
De in het eerste lid bedoelde toelage wordt toegekend aan het einde van een tijdvak dat tevoren is vastgesteld door burgemeester en wethouders, die aan het toekennen nadere voorwaarden kunnen verbinden. In bepaalde gevallen kan worden overgegaan tot een tijdelijke toelage per maand over een afgesproken tijdvak.
De toelage als bedoeld in het eerste lid eindigt op de ingevolge het tweede lid vastgestelde vervaldatum. Wanneer de arbeidsmarktsituatie waarop de toelage is gebaseerd nog steeds bestaat, kan opnieuw een toelage als bedoeld in het eerste lid aan de ambtenaar worden toegekend.
Aan de ambtenaar die niet heeft kunnen voldoen aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden, door een naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet aan hemzelf te wijten oorzaak, kan de uitkering gedeeltelijk worden toegekend.