Van thuisprostitutie is sprake als de op dat adres (zelfstandige woonruimte op grond van de bouwregelgeving) woonachtige en ingeschreven bewoner, alleen, gelegenheid biedt tot prostitutie. Dit is een vorm van prostitutie waarvan de omvang moeilijk kan worden ingeschat. Onderscheid dient te worden gemaakt tussen bedrijfsmatige en niet-bedrijfsmatige thuisprostitutie. Van bedrijfsmatige thuisprostitutie is sprake als het op grond van advertenties, getuigenverklaringen of waarnemingen, dan wel een combinatie daarvan, aannemelijk kan worden geacht de prostitutiehandelingen worden verricht. Uitsluitend de bedrijfsmatige thuisprostitutie wordt meegeteld bij het onder 6.3.1 genoemd maximum aantal toegestane prostitutiebedrijven, omdat deze vorm onder de prostitutie-definitie valt zoals geformuleerd in de begripsomschrijvingen in het nieuwe APV-hoofdstuk 3.
Evenals overige vormen van prostitutie is de bedrijfsmatige thuisprostitutie niet toegestaan in woongebouwen als bedoeld in het Bouwbesluit. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de wooneenheden in een woongebouw zo kort aan elkaar grenzen, naast het feit dat er ruimtes zijn die gemeenschappelijk gebruikt worden, dat verstoring van het woonklimaat zonder meer mogelijk is.
Ter voorkoming van een vlucht van prostituees in de thuisprostitutie in bijv. kamerverhuurbedrijven, appartementcomplexen etc. en de daarmee gepaarde overlast voor omwonenden wordt het vrijlaten van thuisprostitutie-vestigingen geen reële optie geacht.
Door een maximum te hanteren voor alle prostitutiebedrijven, waaronder de bedrijfsmatige thuisprostitutie, en dit maximum te bepalen op 7, laat dit stelsel geen ruimte voor bedrijfsmatige thuisprostitutie. In voorkomend geval zal betrokkene bij constatering van prostitutie-activiteiten onder oplegging van een dwangsom worden aangeschreven de activiteiten te staken.