Onverminderd artikel 18, eerste lid, van de wet dient de alleenstaande ouder of het gezin te voldoen aan de volgende voorwaarden:
- - het huishouden bevat één of meer schoolgaande kinderen;
- - het inkomen is niet hoger dan 110 procent van de toepasselijke norm, bedoeld in paragraaf 3.2 van de wet;
- - het vermogen is niet hoger dan de toepasselijke vermogensgrens, genoemd in artikel 34, derde lid, van de wet;
- - In het schooljaar is voor het betreffende kind niet eerder de categoriale bijstand als bedoeld in artikel 2 toegekend.