Naar hoofdinhoud

Artikel Inleiding

Artikel Inleiding

Onderdeel van Beleidsregel inzet bevelsinstrumentarium Wet bodembescherming

Waarom deze beleidsregel? Deze beleidsregel geeft uitleg aan en invulling van de mogelijkheden van de Wet bodembescherming (hierna: Wbb) om bodemonderzoek en bodemsanering af te dwingen in situaties waarin dit noodzakelijk is. In de praktijk zijn er twee te onderscheiden aanleidingen om bodemverontreiniging aan te pakken: een ‘bovengrondse’ ontwikkeling die pas kan worden gerealiseerd na bodemsanering; de milieuhygiënische situatie van de bodemverontreiniging leidt tot zodanige risico’s dat een spoedige sanering hiervan noodzakelijk is. In het eerste geval zal de bodemverontreiniging vaak door de initiatiefnemers worden ‘meegenomen’ in de planontwikkeling en de uitvoering daarvan. De kosten van de sanering zitten dan in de planexploitatie, met eventueel een bijdrage vanuit het ISV (investeringsbudget stedelijke vernieuwing). In het tweede geval zal bij het ontbreken van dynamiek op een locatie niet snel sprake zijn van een ‘vrijwillige’ aanpak van de verontreiniging. Het bevoegd gezag zal dan de sanering moeten afdwingen bij degene die daartoe gehouden is op grond van de Wbb. De Wbb kent voor dit doel een heel scala aan financiële en juridische middelen, zowel stimulerend als corrigerend (‘de reep en de zweep’). De ‘reep’ bestaat uit overheidsbijdragen aan de sanering, bijvoorbeeld via het ISV of een subsidie op grond van de Bedrijvenregeling bodemsanering. Hierop heeft deze beleidsregel geen betrekking. De keerzijde van de medaille, de ‘zweep’, bestaat uit de bevelsmogelijkheden van de Wbb. De wet wijst veroorzakers, eigenaren en soms ook gebruikers van bedrijfsterreinen aan als verantwoordelijken voor de aanpak van bodemverontreiniging. Het brede scala aan financiële en juridische middelen vraagt om een genuanceerde en zorgvuldige toepassing. Die nuancering biedt de wet niet altijd. De beleidsregel geeft deze nuancering wel. Daarmee is het ook voor niet-deskundigen duidelijk wie zal worden aangesproken voor het verrichten van bodemonderzoek en sanering. De inzet van bevelen is een uiterst bestuurlijk dwangmiddel. Voor degene die een bevel krijgt opgelegd kan dat grote (financiële) gevolgen hebben. Dit geldt vooral voor een saneringsbevel. Daarom zal de gemeente altijd kijken of er ook andere wegen kunnen worden bewandeld, bijvoorbeeld of alsnog kan worden aangehaakt bij eventuele ruimtelijke of maatschappelijke ontwikkelingen. Kan dat niet, dan zal het opleggen van een bevel onvermijdelijk zijn als een spoedige sanering noodzakelijk is. Een saneringsbevel kan ook inhouden de verplichting tot het opstellen van een saneringsplan of het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen. Naast het saneringsbevel zijn nog van belang het onderzoekbevel en het bevel tot het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen. Het geven van een onderzoeksbevel gebeurt als er vermoedelijk sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het dan opgelegde nader onderzoek moet uitwijzen of er inderdaad sprake is van een zogenoemd geval van ernstige verontreiniging, waarvan de sanering spoedeisend is. Een bevel tot het treffen van tijdelijke beveiligingsmaatregelen is aan de orde als er wel ruimtelijke ontwikkelingen zijn voorzien, maar niet zodanig concreet dat er al saneringsmaatregelen ‘op maat’ kunnen worden ontworpen. Inhoudelijk is aangesloten bij de notitie van het landelijk juristenoverleg bodem (LJOB). Met deze notitie, getiteld ‘Wet bodembescherming: notitie afstemming bevel/kostenverhaal’ van 11 februari 2003 heeft het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) ingestemd. Daarnaast is gestreefd naar afstemming met de nota ‘Visie op de aanpak van bodemverontreiniging in de provincie Groningen’ van 29 januari 2002 en de ‘Beleidsregel kostenverhaal, artikel 75 Wet bodembescherming’ van het ministerie van VROM, april 2007. Tenslotte is gebruik gemaakt van de rapportage van N. Sountheraj, ‘Bevelsinstrumentarium Wet bodembescherming, een onderzoek naar de belangenafweging in de praktijk’. Uiteraard spoort de beleidsregel met de Handhavingsnota Milieudienst ‘Handhaven met beleid’.

Rechtspraak bij dit artikel