1.
Burgemeester en wethouders kunnen voor een
inrichting:
1.
die of in gebruik is bij, een rechtspersoon niet
zijnde een naamloze vennootschap of besloten
vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een
organisatie of instelling die zich richt op
activiteiten van recreatieve, sportieve,
sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke
of godsdienstige aard;
2.
of waarvan de omzet van de exploitatie van de
inrichting voor meer dan 50 procent bestaat uit
snacks zoals belegde- en/of shoarmabroodjes, patates
frites en kroketten;
3.
of die in gebruik is bij een jeugdorganisatie of
–instelling;
4.
of die in gebruik is als wachtruimte van passagiers
van een openbaar vervoersbedrijf
alleen vergunning verlenen, als bedoeld in artikel
3. van de Drank- en Horecawet, tot het verstrekken
van zwak alcoholische drank.
2.
Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing
verlenen tot het verstrekken en aanwezig hebben van
sterke drank ten aanzien van horecabedrijven als
bedoeld in lid 1. indien er sprake is van een
bijzondere omstandigheid en gewichtige belangen
daartoe aanleiding geven en door het verlenen van de
ontheffing de doelstelling van dit artikel blijft
gehandhaafd en naar het oordeel van het bevoegd
gezag de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid
of de leef- en/of woonsituatie in de naaste omgeving
niet op ontoelaatbare wijze nadelig zal worden
beïnvloed.
Paragraaf III
Artikel 3.
Beperking verstrekken alcoholhoudende drank
Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen