Naar hoofdinhoud

Paragraaf III

Artikel 3.

Beperking verstrekken alcoholhoudende drank

Onderdeel van Verordening Exploitatie Openbare Inrichtingen

1. Burgemeester en wethouders kunnen voor een inrichting: 1. die of in gebruik is bij, een rechtspersoon niet zijnde een naamloze vennootschap of besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid, een organisatie of instelling die zich richt op activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard; 2. of waarvan de omzet van de exploitatie van de inrichting voor meer dan 50 procent bestaat uit snacks zoals belegde- en/of shoarmabroodjes, patates frites en kroketten; 3. of die in gebruik is bij een jeugdorganisatie of –instelling; 4. of die in gebruik is als wachtruimte van passagiers van een openbaar vervoersbedrijf alleen vergunning verlenen, als bedoeld in artikel 3. van de Drank- en Horecawet, tot het verstrekken van zwak alcoholische drank. 2. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen tot het verstrekken en aanwezig hebben van sterke drank ten aanzien van horecabedrijven als bedoeld in lid 1. indien er sprake is van een bijzondere omstandigheid en gewichtige belangen daartoe aanleiding geven en door het verlenen van de ontheffing de doelstelling van dit artikel blijft gehandhaafd en naar het oordeel van het bevoegd gezag de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid of de leef- en/of woonsituatie in de naaste omgeving niet op ontoelaatbare wijze nadelig zal worden beïnvloed.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel