1. 1. De voorzitter zendt tenminste vijf dagen voor een vergadering de leden van de commissie en

    de overige raadsleden van de beide gemeenten een schriftlijke oproep onder vermelding van

    dag, tijdstip en plaats van de vergadering.

  2. 2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken worden tegeijkertijd met de schriftelijke

    oproep aan de leden van de commissie en de overige raadsleden van de beide gemeenten

    verzonden.

  3. 3. Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 10, tweede lid, worden

    deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogeljjk, doch

    uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden van de commissie en de overige

    raadsleden van de beide gemeenten gezonden.