Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3

Artikel 3:10

- Sociale activering

Onderdeel van Beleidsregels re-integratie Wwb, IOAW en IOAZ van de Gemeente Dongen 2012

1. Definitie: Onder Sociale activering wordt verstaan, de ondersteuning van belanghebbende gericht op het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten als onderdeel van een traject in het kader van de arbeidsinschakeling. 2. Doel: Het college kan Sociale activering inzetten met als uiteindelijk doel de arbeidsinschakeling van belanghebbende mogelijk te maken. 3. Doelgroep: Sociale activering wordt ingezet ten behoeve van de belanghebbende die niet direct bemiddelbaar is daar het college heeft vastgesteld dat de belanghebbende, als gevolg van belemmeringen van medische, psychische en/of sociale aard een zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt heeft en hierdoor niet direct met behulp van een van de andere voorzieningen toe te leiden is naar betaalde (gesubsidieerde) arbeid. 4. Nadere voorwaarden en duur van de voorziening: voor het verrichten van onbetaalde maatschappelijk nuttige activiteiten komen uitsluitend werkgevers in aanmerking die zich qua doelstelling hoofdzakelijk op zaken van algemeen belang richten en tevens in staat en bereid zijn aan belanghebbende de noodzakelijke begeleiding te bieden; het college dient ingestemd te hebben met het door de werkgever opgestelde begeleidingsplan; sociale activering wordt ingezet voor de duur dat de inzet van sociale activering door het college noodzakelijk wordt geacht. 5. Beëindiging: Onverlet het gestelde in artikel 3, derde of vierde lid, van de Verzamelverordening Wwb, eindigt de voorziening indien de belemmeringen en beperkingen dusdanig zijn afgenomen dat de inzet van andere voorzieningen aan de orde is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel