Naar hoofdinhoud
1.. De leidinggevende en de ambtenaar kunnen gebruik maken van een of meer informanten om verdere informatie ten behoeve van de gesprekkencyclus te verkrijgen. 2.. De leidinggevende en de ambtenaar bepalen in overleg wie als informant optreedt. De informanten dienen een functionele relatie met de ambtenaar te hebben. 3.. Indien over het gebruik van informanten geen overeenstemming bestaat tussen de leidinggevende en de ambtenaar, beslist het bevoegd gezag.

Rechtspraak bij dit artikel