Indien het dienstbelang dit eist, kan de medewerker de verplichting worden opgelegd in de standplaats te gaan wonen.
Aan de medewerker die conform het eerste lid wordt verplicht te verhuizen, wordt een tegemoetkoming in de verhuiskosten verleend. Zolang de verhuizing nog niet heeft plaatsgevonden is de vergoeding woon-werkverkeer van kracht.
Indien de verplichte verhuizing niet binnen twee jaar is geëffectueerd ondanks alle pogingen daartoe, blijft de aanspraak op de vergoeding woon-werkverkeer van kracht.
Nieuwe medewerkers die buiten een straal van 70 kilometer van het gemeentehuis of de buitendienstlocatie woonachtig zijn komen in aanmerking voor een verhuiskostenvergoeding mits dit in het benoemingsvoorstel is vastgelegd. Hierbij is tevens artikel 3 van kracht. Zodra de verhuizing heeft plaats gevonden vervalt de vergoeding woon-werkverkeer.
Aan de in lid 4 bedoelde medewerkers wordt geen tegemoetkoming in verhuiskosten verleend, indien de verhuizing niet heeft plaatsgevonden binnen twee jaar nadat de afspraak om te verhuizen is vastgelegd dan wel indien de medewerker binnen die termijn is ontslagen of overleden.