Naar hoofdinhoud

Artikel 10

Termijnen van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2012

1.. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990: moeten de aanslagen voor de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen a en b, worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later; geldt in afwijking van het onder a. vermelde, ingeval aan de gemeente een machtiging tot automatische incasso is verstrekt en het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing en/of andere heffingen meer is dan € 45,--, doch minder dan € 4.540,-- dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later; moeten de aanslagen voor de belasting bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later; geldt in afwijking van het onder c. vermelde, indien van het perceel niet meer dan 500 m3 water is afgevoerd en het afvoerend oppervlak niet meer dan 500 m² bedraagt, dat de aanslagen moeten worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later; geldt in afwijking van het onder d. vermelde, ingeval aan de gemeente een machtiging tot automatische incasso is verstrekt en het totaalbedrag van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing en/of andere heffingen meer is dan € 45,--, doch minder dan € 4.540,-- dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand, volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 2.. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel