**1..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar.
**2..** De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b en c, is verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar of zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**3..** Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b en c, in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdelen b en c, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9,--.
**5..** Belastingaanslagen van minder dan € 9,-- worden niet opgelegd.
**6..** Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde en het vijfde lid wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde aanslagen rioolheffing of andere heffingen aangemerkt als een belastingaanslag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2012