Persoonsgebonden budget voor gekochte scootermobielen
Het persoonsgebonden budget voor een gekochte scootermobiel omvat twee bestanddelen: een eenmalige vergoeding voor de aanschaf inclusief standaard fabrieksopties (A) en een jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering (B). Het persoonsgebonden budget bedraagt, rekening houdend met de kosten voor verzekering en onderhoud voor de gehele gebruiksperiode, als bedoeld in het derde lid, ten hoogste: a.. voor een scootermobiel voor gebruik in de woonomgeving (8 km/uur): € 2.800,00 (A) + € 1.100,00 (B) = € 3.900,00; b. voor een scootermobiel voor gebruik in de woonomgeving (10 km/uur): € 3.150,00 (A) + € 1.250,00 (B) = € 4.400,00; c. voor een scootermobiel voor buiten en intensief gebruik (15 km/uur): € 4.825,00 (A) + € 1.750,00 (B) = € 6.575,00.
Bij de verstrekking van het persoonsgebonden budget stelt het college een programma van eisen voor de voorziening beschikbaar.
Het college hanteert een gebruiksduur van 6 jaar voor een scootermobiel.
De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur de via het persoonsgebonden budget aangeschafte scootermobiel voldoende te laten onderhouden.
De aanvrager is verplicht om gedurende de gebruiksduur voor de via het persoonsgebonden budget aangeschafte scootermobiel tenminste een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.
Het college vergoedt alleen de werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de scootermobiel op basis van aankoopbewijs of vooruitbetaald op basis van een offerte.
De meerkosten die verband houden met noodzakelijke individuele aanpassingen worden voor 100% vergoed.
De jaarlijkse tegemoetkoming in de kosten van onderhoud, reparatie en verzekering van een scootermobiel wordt voor de eerste keer verstrekt in het jaar volgend op het jaar van aanschaf. In het jaar van aanschaf wordt een voorschot van € 50,00 verstrekt op de tegemoetkoming voor kosten van verzekering.
Indien vast staat dat de aanvrager de scootermobiel niet meer gebruikt, is hij gehouden de restwaarde ervan aan het college te vergoeden. Bij overlijden van de aanvrager binnen de gebruiksduur van de scootermobiel rust deze verplichting op de erfgenamen van de aanvrager.
Indien vanwege medische redenen binnen 6 jaar opnieuw een persoonsgebonden budget voor een scootermobiel wordt aangevraagd, wordt deze eventueel verstrekt onder inhouding van het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte scootermobiel.
Indien degene aan wie een persoonsgebonden budget voor een scootermobiel is toegekend, binnen 6 jaar verhuist, wordt het bedrag van de restwaarde van de eerder verstrekte scootermobiel gevorderd, tenzij het college van de nieuwe woonplaats de verstrekking overneemt.
De restwaarde van de scootermobiel wordt als volgt bepaald:
Bij verhuizing of overlijden van aanvrager of niet meer adequaat zijn van de scootermobiel
Restwaarde als percentage van verstrekt aanschafgedeelte van het persoonsgebonden budget
~ in het eerste jaar
75 %
~ in het tweede jaar
55 %
~ in het derde jaar
40 %
~ in het vierde jaar
30 %
~ in het vijfde jaar
20 %
~ in het zesde jaar
10 %
Hoofdstuk
Artikel 6.8
Artikel 6.8
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012