Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 6.7

Artikel 6.7

Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012

Hoogte van de verstrekking De vervoerswaarde van de tegemoetkomingen in de kosten van vervoer is gesteld op 2.000 kilometer per kalenderjaar. De tegemoetkomingen voor vervoervoorzieningen, als genoemd in artikel 6.1, bedragen op jaarbasis maximaal: a) voor gebruik van het CVV 384 zones (uit te betalen aan de exploitant van het CVV) b) voor vervoer vrij besteedbaar € 282,00 3.De persoonsgebonden budgetten voor vervoervoorzieningen, als genoemd in artikel 6.3, bedragen op jaarbasis maximaal: a) voor vervoer per taxi € 1.860,00 (2.000 kilometer, eigen € 0,16 per kilometer) b) voor vervoer per eigen auto of vervoer door derden € 564,00 (2.000 kilometer à € 0,28) c) voor een combinatie van a en b: voor de taxi (1.000 kilometer) € 930,00 plus voor de auto (1.000 kilometer) € 282,00 d) voor een rolstoeltaxi € 2.790,00 (2.000 kilometer, eigen bijdrage € 0,16 per kilometer) e) voor een voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel € 564,00 (2.000 kilometer à € 0,28) f) voor een combinatie van d en e: voor de rolstoeltaxi (1.000 kilometer) € 1.395,00 plus voor rolstoelgebruik aangepast vervoermiddel (1.000 kilometer) € 282,00 g) voor een bruikleenauto/buitenwagen met verbrandingsmotor € 240,00 (2.000 kilometer à € 0,12) Bij gebruik van een eigen auto of vervoer door derden bedraagt het te vergoeden bedrag per kilometer € 0,28. Bij gebruik van een bruikleenauto bedraagt het te vergoeden bedrag per kilometer € 0,12. 6. De hoogte van de gemaximeerde tegemoetkoming als bedoeld in het tweede en derde lid kan naar boven en naar beneden worden vastgesteld indien de individuele vervoersbehoefte daartoe aanleiding geeft. 7. De hoogte van de gemaximeerde tegemoetkoming als bedoeld in artikel 6.1.en artikel 6.3, eerste lid, wordt voor aanvragers tot 16 jaar gesteld op een percentage van de in het tweede en derde lid van dit artikel genoemde bedragen, namelijk: a. 0% voor aanvragers tot 4 jaar; b. 25% voor aanvragers van 4 tot 6 jaar; c. 50% voor aanvragers van 6 tot 12 jaar; en d. 75% voor aanvragers van 12 tot 16 jaar. 8. De vergoeding voor de gehandicaptenparkeerkaart of -plaats is gelijk aan de kosten die hiervoor door het college bij de aanvrager in rekening worden gebracht. Het persoonsgebonden budget voor vervoersvoorzieningen zoals bedoeld in artikel 6.3, derde lid, sub b, c en d, wordt vastgesteld op basis van de prijs van de goedkoopste adequate voorziening in natura, waarin verrekend onderhoud en reparatie, zoals die door het college aan de leverancier wordt betaald. Het gewezen reguliere strippentarief, zoals genoemd in artikel 6.1, bedraagt € 0,55 per zone voor 65- en € 0,35 per zone voor 65+.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel