**1..** Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, maar minder dan € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;
bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk binnen 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. Een aanvraag die vóór 30 april is ingediend wordt geacht op 30 april te zijn ingediend.
**2..** De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend en waarvoor KPI’s zijn gesteld, zijn verricht.
**3..** Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd, dan wel dat de gegevens en bescheiden op een ander tijdstip moeten worden overgelegd.
Hoofdstuk 7
Artikel 20
Verantwoording subsidies vanaf € 5.000 tot € 50.000
Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Veenendaal