Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 21

Verantwoording subsidies vanaf € 50.000

Onderdeel van Algemene Subsidieverordening Veenendaal

1.. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college: bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten; bij een jaarlijkse subsidie, uiterlijk op 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk binnen 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend. Een aanvraag die vóór 30 april is ingediend wordt geacht op 30 april te zijn ingediend. 2.. De aanvraag tot vaststelling bevat: een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend en waarvoor KPI’s zijn gesteld, zijn verricht; een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag); de jaarrekening; een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop en een verklaring van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. 3.. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd, dan wel dat de gegevens en bescheiden op een ander tijdstip moeten worden overgelegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel