De duur van de in artikel 1 vermelde vakantie wordt voor de jeugdige ambtenaar vermeerderd als volgt:
met 21,6 uur per kalenderjaar bij een leeftijd van 18 jaar of jonger;
met 14,4 uur per kalenderjaar bij een leeftijd van 19 jaar;
met 7,2 uur per kalenderjaar bij een leeftijd van 20 jaar.