Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Omvang subsidie en subsidieplafond

Onderdeel van Subsidieregeling Gemeentelijke Monumenten

Jaarlijks wordt het subsidieplafond voor deze subsidieregeling in afwijking van artikel 4 van de Algemene subsidieverordening vastgesteld door het college en bekendgemaakt. De subsidie bedraagt in het geval van de in artikel 2 lid 1 bedoelde te treffen voorzieningen 100% van de in artikel 2 lid 2 bedoelde subsidiabele kosten, met een maximum subsidie van € 12.000,-- per zelfstandig gebouwd onroerend goed. De gemeente gaat bij het bepalen van de in artikel 2 lid 2 bedoelde subsidiabele kosten per getroffen voorziening uit van vaste normbedragen per soort voorziening. Deze zijn vermeld op de lijst ‘normbedragen subsidiabele kosten voorzieningen’ vastgesteld en weergegeven op de bij deze regeling behorende bijlage of indien de te treffen voorzieningen daarop niet voorkomen, worden deze een eerste maal bepaald en krijgen deze daarna een precederende werking. Het maximale subsidiebedrag genoemd in lid 2 geldt voor een geheel gemeentelijk monument. In het geval dat een gemeentelijk monument bestaat uit meerdere kadastraal opgesplitste delen, wordt het maximale subsidiebedrag opgedeeld voor dat deel dat het opgesplitste deel, waarvoor subsidie is aangevraagd, deel uitmaakt van het gemeentelijk monument. In bijzondere gevallen is het college van burgemeester en wethouders bevoegd van het in het lid 2 genoemde maximum af te wijken, indien de grootte van het onroerend goed of het uitzonderlijk belang, dat met de te treffen voorzieningen is gemoeid, daartoe aanleiding geeft. De subsidie wordt niet verstrekt indien: De subsidiabele kosten van de in artikel 2 lid 1 bedoelde voorzieningen minder bedragen dan € 1000,--; de subsidiabele kosten van de voorzieningen niet geacht kunnen worden te staan in een redelijke verhouding tot het te verkrijgen resultaat; het subsidieplafond van de regeling is bereikt. Indien uit andere hoofde financiële steun wordt ontvangen voor de te treffen voorzieningen, hetgeen in combinatie met de te verstrekken subsidie de totale kosten van de te treffen voorzieningen zou overtreffen, wordt er een subsidie verstrekt die de financiële steun maximaal aanvult tot 100% van de totale kosten van de te treffen voorzieningen. Indien een aanvraag kan worden afgewezen op grond van lid 6 sub c, dan kan de aanvraag in overleg met de aanvrager worden opgeschort naar 1 januari van het daaropvolgend jaar. Alle bepalingen in deze subsidieregeling zijn dan volledig van toepassing als ware dat de aanvraag op 1 januari van het daaropvolgend jaar is ingediend. Als meerdere aanvragen worden opgeschort, dan geldt de volgorde afhankelijk van de datum waarop de aanvraag bij de initiële aanvraag ontvankelijk was.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel