Indien uit het in artikel 3, eerste lid, bedoelde plan blijkt dat er
sprake is van:
verlies van oppervlakte aan natuur;
aantasting van de kwaliteit van natuur en/of;
verlies of aantasting van biotopen voor
aandachtssoorten;
de compensatie vastgesteld met inachtneming van de volgende
criteria:
als natuurwaarden binnen 25 jaren vervangen kunnen worden,
dient 100% van de oppervlakte gecompenseerd te worden en 33%
financiële toeslag voor het verlies van kwaliteit (ten
behoeve van het aanloopbeheer);
als natuurwaarden binnen een periode van 25 tot 100 jaren
vervangen kunnen worden, dient 100% van de oppervlakte
gecompenseerd te worden en 66% financiële toeslag voor het
verlies van kwaliteit (ten behoeve van het
aanloopbeheer);
als natuurwaarden niet binnen een periode van 100 jaren
vervangen kunnen worden, is compensatie slechts in zeer
uitzonderlijke situaties mogelijk. Dan geldt naast een
compensatie van 100% voor het verlies van de oppervlakte een
financiële toeslag van 200% voor het verlies van
kwaliteit.
Artikel 4, tweede lid, van deze verordening is van overeenkomstige
toepassing.