Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Toeslagen

Onderdeel van Toeslagenverordening Wet werk en bijstand

De bijstandsnorm wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of dealleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn/haar hoofdverblijf heeft, bepaald op het in artikel 25 lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder die de noodzakelijke kosten van het bestaan kan delen met inwonend kind met een eigen inkomen dat lager is dan de bijstandsnorm voor beneden 21 jarigen vermeerderd met de in lid 5 bedoelde toeslag, bepaald op het in artikel 25 lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de zorgbehoeftige en degene(n) die, behoudens met de tot het gezin behorende personen en eventuele kostganger(s) of onderhuurders, samen met één of meer op zijn verzorging aangewezen zorgbehoeftigen hoofdverblijf heeft in dezelfde woning, bepaald op het in artikel 25 lid 2 van de wet genoemde maximumbedrag. De toeslag als bedoeld in lid 1 wordt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning een ander zijn/haar hoofdverblijf heeft, bepaald op 10% van het netto minimumloon.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel