De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien de gehuwden
lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan
waarin de bijstandsnorm voorziet als gevolg van het geheel of
gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander.
De verlaging als bedoeld in lid 1 bedraagt 10% van het netto
minimumloon.
In afwijking van lid 1 is er geen sprake van het geheel of
gedeeltelijk kunnen delen van kosten, indien de gehuwden een
woning bewonen met één of meer kinderen met een eigen inkomen
dat lager is dan de bijstandsnorm voor beneden 21 jarigen
vermeerderd met de in lid 2 bedoelde toeslag.
In afwijking van lid 1 is er geen sprake van het geheel of
gedeeltelijk kunnen delen van kosten, indien sprake is van een
zorgbehoeftige en degene(n) die, behoudens met de tot het gezin
behorende personen en eventuele kostganger(s) of onderhuurders,
samen met één of meer op zijn verzorging aangewezen
zorgboeftigen hoofdverblijf heeft in dezelfde woning.