De bijstandsnorm of de toeslag wordt lager vastgesteld indien de
alleenstaande, de alleenstaande ouder of de gehuwden lagere
algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan hebben dan waarin
de bijstandsnorm of de toeslag voorziet, als gevolg van hun
woonsituatie, waaronder begrepen het niet aanhouden van een
woning.
De verlaging als bedoeld in lid 1 bedraagt 20% van het netto
minimumloon.