De vrijwilliger kan voor een bepaalde tijd geschorst worden:

a wanneer hem de straf van disciplinair ontslag is opgelegd of hem het voornemen daartoe kenbaar is gemaakt;

b wanneer tegen hem, op grond van het daartoe bepaalde in het Wetboek van Strafvordering, een bevel tot inverzekeringstelling of voorlopige hechtenis ten uitvoer wordt gelegd;

c wanneer tegen hem een strafrechtelijke vervolging is ingesteld wegens misdrijf;

d in andere gevallen waarin het belang van de dienst dit noodzakelijk maakt.