In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan de
vergunning, als bedoeld in artikel 2.2 van de Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht, voorwaarden gesteld worden juncto
artikel 39 lid 3 van de Monumentenwet 1988.
In het belang van de archeologische monumentenzorg kunnen aan
een vergunning met toepassing van artikel 2.1 en artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht, voorwaarden
gesteld worden als bedoeld in artikel 41 van de Monumentenwet 1988.
In geval van een aanvraag om een vergunning dient het college
advies te vragen aan een deskundige op het gebied van de
gemeentelijke archeologische monumentenzorg.