Als uitgangspunt voor het functionerings- en POP-gesprek dienen de functiebeschrijving, het afdelingsplan, de activiteitenplanning en de overige met de medewerker gemaakte werkafspraken;
Het functioneringsgesprek wordt gevoerd tussen de leidinggevende en de medewerker;
De leidinggevende en de medewerker maken in overleg een afspraak over datum en tijdstip van het functionerings- en POP-gesprek. Deze worden daarna in principe niet meer verzet;
Indien de aanwezigheid van een clustercoördinator of een personeelsconsulent bij het gesprek gewenst is kan dit, na goedkeuring van beide partijen, in een tweede gesprek;
Als leidraad voor het functionerings- en POP-gesprek dient het bij deze regeling behorende formulier;
P&O zorgt ervoor dat de gespreksformulieren tijdig beschikbaar zijn.