Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van
medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het
gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden
in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen
ten behoeve van het onderwijs aan die school of
scholen.
Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien
het gebruik van die andere school of scholen kan
plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking
staande huisvestingscapaciteit.
Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet
wordt:
als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat
in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd
gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het
vorderen van leegstand in een ander gebouw een
betere oplossing biedt;
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw
waarin een school van dezelfde richting is
gehuisvest en
vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat
het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de
school ten behoeve waarvan de vordering
plaatsvindt.
Het college kan, indien de bij de vordering betrokken
bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel
geval van de in het derde lid opgenomen volgorde
afwijken.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 31
Nalaten vordering; volgorde van vorderen
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Aa en Hunze 2006