Indien het college voornemens is om over te gaan tot
vordering van leegstand in een lesgebouw of
gymnastiekruimte, voeren zij daarover overleg met het
bevoegd gezag waarvan de leegstand gevorderd wordt en met
het bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd. Dit
overleg maakt deel uit van het overleg als bedoeld in
artikel 10.
Binnen vier weken na de vaststelling van het programma als
bedoeld in artikel 11, doet het college schriftelijk
mededeling van de vordering aan het bevoegd gezag waarvan
gevorderd wordt. Van deze mededeling kan worden afgezien als
dat bevoegd gezag in het overleg te kennen heeft gegeven
geen bezwaar tegen de vordering te hebben.
Indien het college voornemens is om over te gaan tot
vordering in het kader van een aanvraag als bedoeld in
artikel 19, voeren zij daarover zo spoedig mogelijk overleg
met het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt en met het
bevoegd gezag waarvoor de huisvesting is bestemd.
Binnen een week na afloop van het overleg als bedoeld in het
vorige lid, doet het college schriftelijk mededeling van de
vordering aan het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt. Van
deze mededeling kan worden afgezien als dat bevoegd gezag in
het overleg te kennen heeft gegeven geen bezwaar tegen de
vordering te hebben.
De schriftelijke mededeling van het college als bedoeld in
de tweede en vierde lid, bevat in ieder geval:
de naam van de school en het bevoegd gezag ten
behoeve waarvan wordt gevorderd;
een aanduiding van het aantal groepen of aantal
leerlingen ten behoeve waarvan gevorderd wordt of,
indien het betreft het onderwijs in lichamelijke
oefening, het aantal klokuren dat gevorderd
wordt;
een aanduiding van het gebouw waarop de vordering
betrekking heeft;
een aanduiding van het aantal en het type ruimten
dat gevorderd wordt;
de periode waarvoor gevorderd wordt en de
ingangsdatum van het medegebruik.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 32
Overleg en mededeling
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Aa en Hunze 2006