Algemene bepalingen

Grenzen aan mandaat

  • - Bij de verlening van mandaat houden het college van burgemeester en wethouders in zijn algemeenheid rekening met de volgende uitgangspunten:
    • - bestuurlijk/politiek gevoelige zaken komen niet in aanmerking voor mandaat;
    • - er moet sprake zijn van efficiëntie en tijdwinst;
    • - besluiten dienen binnen daartoe bestemde budgetten te vallen;
    • - de bevoegdheden in het kader van het budgethouderschap dienen in acht te worden genomen.
  • - Van mandaat mag geen gebruik worden gemaakt, indien:
    • - het besluit leidt tot afwijking van of aanvulling op het dan toe gevoerde beleid;
    • - het besluit niet past binnen de daartoe bestemde budgetten of uit het besluit niet voorziene financiële consequenties kunnen voortvloeien;
    • - de betrokken portefeuillehouder, de burgemeester of algemeen directeur dit kenbaar heeft gemaakt;
    • - er persoonlijke betrokkenheid van de gemandateerde bij het te nemen besluit bestaat;
    • - artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet van toepassing is of indien de gemandateerde enige twijfel heeft of dit het geval is.

Reikwijdte mandaatverstrekking

Indien het college van burgemeester en wethouders mandaat verleent ten aanzien van de uitvoering van een bevoegdheid, geschiedt deze verlening in de ruimste zin van het woord. Naast het nemen van besluiten in positieve of negatieve zin wordt hieronder dan ook mede verstaan:

  • - het nemen van alle voorbereidingsbesluiten en het verrichten van alle voorbereidingshandelingen;
  • - het intrekken van besluiten (niet in kader van bestuurlijke handhaving tenzij uitdrukkelijk

gemandateerd);

  • - het uitreiken van bewijs van ontvangst aanvragen etc.;
  • - het vaststellen van formulieren voor het indienen van aanvragen etc.
  • - verdagen en/of uitstellen;
  • - verzoeken om aanvullende informatie;
  • - verzoeken tot kostenloze advisering aan derden (politie, brandweer, nutsbedrijven, Kamer van Koophandel, Rijksdiensten etc.);
  • - verzoeken tot het betalen van legeskosten o.g.v. vastgestelde verordeningen;
  • - het voeren van correspondentie, die direct te maken heeft met de opgedragen taken;
  • - het verstrekken van inlichtingen over vastgesteld beleid;
  • - het stellen van nadere voorwaarden;
  • - het toekennen van bedragen in termijnen;
  • - het toekennen van voorschotten;
  • - het uitvoeren van selectie en gunning conform het inkoop en -aanbestedingsbeleid;
  • - het afleggen van verantwoording aan het rijk;
  • - het beslissen op verzoeken om schadevergoeding (zelfstandige en onzelfstandige schadebesluiten);
  • - het bekend maken van besluiten/beschikkingen, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen;

    het toezenden van besluiten/beschikkingen aan instanties, daar waar de verplichting daartoe in de wetgeving is opgenomen;

en alle andere besluiten die genomen moeten worden en alle andere handelingen die moeten worden verricht binnen het kader van de uitvoering van de verleende bevoegdheid.

Ondertekening

Daar waar door het college van burgemeester en wethouders een bevoegdheid is verleend tot het nemen van een besluit, wordt tevens de bevoegdheid tot ondertekening verleend, voor zover dit niet wettelijk is uitgesloten.

In de ondertekening dient tot uitdrukking te worden gebracht, dat het besluit is genomen krachtens mandaat.

Bij de uitoefening van mandaat worden stukken namens het college van burgemeester en wethouders als volgt ondertekend:

Het college van burgemeester en wethouders van ………………………(woon- c.q. verblijfgemeente van de burger),

namens deze,

(handtekening functionaris)

Naam functionaris

Functieaanduiding van de (onder)gemandateerde en toevoeging; ISD Brabantse Wal

Ondermandaat

Ondermandaat is toegestaan en geschiedt bij schriftelijk besluit.

De voorschriften die voor het mandaat gelden zijn onverminderd van toepassing op het ondermandaat. Daarnaast kunnen aan een ondermandaat extra voorschriften worden verbonden.

Afwezigheid gemandateerde

  • - Ingeval van afwezigheid van de gemandateerde worden de verleende bevoegdheden uitgeoefend door hun plaatsvervangers of waarnemers.
  • - Indien een bevoegdheid is uitgeoefend door een plaatsvervanger of waarnemer, dient dit in de ondertekening tot uitdrukking te worden gebracht door gebruikmaking van de woorden “plaatsvervangend” of “waarnemend’’, gevolgd door functie en eigen naam.
NR.OMSCHRIJVING
ALGEM E E N
1Het toezenden van stukken in het kader van een rechtszaak aan de betrokken instanties/personen.
2Het stellen van bezwaarschriften in handen van de adviescommissie voor de bezwaarschriften.
3Het beslissen over verlengingen van de beslistermijn van een beschikking op grond van artikel 4:14 AWB.
4Het bevestigen van de ontvangst van een bezwaarschrift op grond van art. 6:14 AWB.
5Het doorzenden van een bezwaar- of beroepschrift aan het bevoegde orgaan alsmede het doen van mededelingen aan de indiener van het bezwaar- of beroepschrift inzake die doorzending op grond van art. 6:15 lid 1 en 2 AWB.
6Het doen van mededelingen aan de indiener van een bezwaarschrift en andere belanghebbenden inzake het horen op grond van art. 7:2 lid 2 en 7:16 lid 2 AWB.
7Het doen van mededelingen inzake de verdaging van de beslissing op een bezwaar- of beroepschrift op grond van art. 7:10 lid 3 en 7:24 lid 4 AWB.
8Het vragen van uitstel voor het indienen van een verweerschrift.
9Het indienen van een verweerschrift.
10Het intrekken en herzien van het primaire besluit op grond van artikel 6:18 van de Algemene wet bestuursrecht
11Het beantwoorden / afhandelen van acquisitiebrieven (algemene en projectgerichte).
12De toezending van afschriften van besluiten van bestuursorganen aan derden (ter kennisneming).
13Het doen van mededeling van de goedkeuring van raadsbesluiten door gedeputeerde staten aan derden.
14Het toezenden van officiële en andere publicaties aan dag / weekbladen en de Nederlandse Staatscourant.
15Hetzij het vragen van inlichtingen, hetzij desgevraagd of eigener beweging verstrekken van inlichtingen van informatieve aard inzake aangelegenheden de afdeling betreffende.
16Het nemen van besluiten in het kader van de Wet Dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen (par.4.1.3.1 en 4.1.3.2 Awb) voor zover deze beslissingen betrekking hebben op de onderliggende aanvragen/bezwaren voor zover het het takenpakket van de ISDBW betreft
17Het beslissen om verbeurde dwangsommen in te vorderen op basis van de Invorderingsbeschikking en artikel 5:37 Awb
18Het beslissen op het invorderen van de kosten bestuursdwang op grond van de kostenbeschikking en artikel 5:25 lid 6 Awb
19Het beslissen op het doen van een betaling in verband met een bestuurlijke geldschuld op grond van artikel 4:86 Awb
SPECIFIEK DOMEIN SOCIALE ZAKEN
1Het nemen van besluiten ingevolge de Wet werk en bijstand alsmede de afdoening en ondertekening van aangelegenheden verband houdende met de uitvoering van die wet en de daarop betrekking hebbende verordeningsbepalingen.
2Het nemen van uitvoeringsbesluiten ingevolge de Wet Sociale Werkvoorziening.
3Afdoening van vorderingen op grond van de Wet Werkloosheidsvoorziening.
4Het nemen van besluiten ingevolge de Wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Werkloze Werknemers alsmede de afdoening en ondertekening van aangelegenheden verband houdende met de uitvoering van deze wet en daarop betrekking hebbende verordeningsbepalingen.
5Het nemen van besluiten op aanvragen tot dienstverlening door de GKB;
6Het nemen van besluiten ingevolge de Wet Inkomensvoorziening Oudere en Gedeeltelijke Arbeidsongeschikte Gewezen Zelfstandigen alsmede de afdoening en ondertekening van aangelegenheden verband houdende met de uitvoering van deze wet en daarop betrekking hebbende verordeningsbepalingen.
7Het nemen van besluiten ingevolge de Verordening Wet inburgering, in het kader van de Wet Inburgering nieuwkomers en Wet Inburgering alsmede de afdoening en ondertekening van aangelegenheden verband houdende met de uitvoering deze wet en daarop betrekking hebbende verordeningsbepalingen.
8Het nemen van besluiten ter uitvoering van het gemeentelijk minimabeleid alsmede de afdoening en ondertekening van aangelegenheden verband houdende met de uitvoering dit beleid en daarop betrekking hebbende verordeningsbepalingen.
9Het beslissen op bezwaarschriften tegen bij mandaat genomen besluiten die onder dit besluit vallen, indien en voor zover het advies van de adviescommissie voor de bezwaarschriften wordt gevolgd en niet gehandeld wordt in strijd met het bepaalde in artikel 10:3, lid 3, van de Algemene wet bestuursrecht. Deze bepaling geldt niet voor de behandeling van bezwaar- en beroepschriften van burgers die hun woon- c.q. verblijfplaats hebben in Woensdrecht of Steenbergen.De bevoegdheid tot beslissing op bezwaarschriften blijft voorbehouden aan de colleges van evengenoemde gemeenten.
10Aanvragen en afrekenen rijksbijdragen.
11Het nemen van besluiten inzake vergoedingen ingevolge de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen alsmede de afdoening en ondertekening van aangelegenheden verband houdende met de uitvoering van die wet en de daarop betrekking hebbende verordeningsbepalingen. Deze bepaling geldt niet voor de uitvoering van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen van de gemeente Steenbergen.
12Met betrekking tot de Wet op de lijkbezorging het beslissen over de feitelijke lijkbezorging en de daarmee verband houdende kostenafwikkeling. Deze bepaling geldt niet voor de uitvoering van de wet op Lijkbezorging van de gemeenten Woensdrecht en Steenbergen.
BUDGETHOUDERSCHAP
1 2 3 4Het uitoefenen van alle privaatrechtelijke handelingen binnen de productenraming zoals opgenomen in de begroting van de deelnemende gemeenten, met inachtneming van de volgende bepalingen: -Het college en de burgemeester verlenen het hoofd van de uitvoeringsorganisatie ISDBW (hierna genoemd ‘budgethouder’) alle bevoegdheden tot het verrichten van privaatrechtelijke en feitelijke handelingen waaronder het aangaan en ondertekenen van alle overeenkomsten in de ruimste zin van het woord die voor het realiseren van zijn producten noodzakelijk zijn, tot een maximum bedrag van € 500.000 per overeenkomst. -De budgethouder kan besluiten om voor de verschillende werkvelden/projecten binnen de ISDBW één of meer teammanagers, medewerkers of projectleiders aan te wijzen die -onder de blijvende verantwoordelijkheid van de afdelingsmanager- het budgethouderschap uitvoeren. Bij afwezigheid van de aangewezen ‘subbudgethouder’ treedt het hoofd van de uitvoeringsorganisatie in zijn plaats. -Bij de besteding van het budget neemt de budgethouder de volgende spelregels in acht: a.de bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen geldt voor zover een toereikend budget aanwezig is; b.de regels die zijn vastgelegd in het gemeentelijk inkoop- en aanbestedingsreglement van de gemeente Bergen op Zoom c.er mogen alleen contractuele verplichtingen aan worden gegaan die een begrotingsjaar overschrijden, waarvan de uitvoering of levering dat begrotingsjaar overschrijdt en de uitvoerings- of leveringsduur nadrukkelijk intern is overeengekomen; -Ongeacht de periodieke rapportages is de budgethouder gehouden om in gevallen die daartoe aanleiding geven, het bestuur van de ISDBW en de eventuele functionarissen welke in de dienstverleningsovereenkomsten zijn aangewezen, onmiddellijk te informeren. Bij de signalering van budgetafwijkingen lopende het jaar doet de budgethouder in overleg met de financiële adviseur(s) voorstellen voor compensatie op die afwijking.