**1..** Onder draagkracht wordt verstaan:
de middelen en het inkomen voor zover het meer bedraagt dan de bijstandsnorm;
het vermogen indien en voor zover dit niet ingevolge het artikel 34 lid 2 tot en met 4 van de WWB buiten beschouwing is gelaten.
**2..** Bij het vaststellen van de draagkracht zijn de bepalingen van de artikelen 31 tot en met 34 van de WWB van overeenkomstige toepassing.
**3..** Bij regelmatige inkomsten is het inkomen in de maand voorafgaand aan de maand van aanvraag bepalend. Bij onregelmatige inkomsten is het gemiddelde inkomen in de drie maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag bepalend.
**4..** Indien er sprake is van inkomsten uit arbeid, is er sprake van draagkracht indien en voor zover de middelen en het inkomen de bijstandsnorm overschrijdt.
**5..** Bij deelname aan een spaarloonregeling wordt de draagkracht bepaald aan de hand van het netto maandinkomen zoals dat zou zijn ontvangen bij niet-deelneming aan die spaarloonregeling.
**6..** Voor de berekening van de draagkracht wordt het inkomen voorts verminderd met:
voor eigen rekening blijvende bijzondere noodzakelijke kosten;
voor eigen rekening blijvende buitengewone uitgaven, zoals:
ten laste van belanghebbende blijvende noodzakelijke extra uitgaven in verband met de uitoefening van bedrijf of beroep;
feitelijke betalingen voor levensonderhoud ten behoeve van een niet in het gezinsverband levende echtgenoot of kinderen tot 21 jaar, alsmede ten behoeve van de gewezen echtgenoot;
kosten in verband met studie en opleiding van kinderen tot 18 jaar, zulks ter hoogte van het maximum bedrag van de "tegemoetkoming studiekosten 17-" verminderd met de ontvangen tegemoetkoming;
de ouderbijdrage op grond van de "Wet op de studiefinanciering".
**7..** Bij de vaststelling van de draagkracht kan rekening worden gehouden met gewijzigde omstandigheden, die binnen de vastgestelde jaardraagkrachtperiode optreden. Gewijzigde omstandigheden kunnen aanleiding geven de berekende draagkracht tussentijds te herzien.
Hoofdstuk 2.
Artikel 6.
Draagkracht
Onderdeel van Richtlijn bijzondere bijstand Wet Werk en Bijstand 2004