Met inachtneming van het gestelde in artikel 5 en 6 van de verordening wordt:
voor de verlening van bijzondere bijstand voor de in de artikelen 10, 11, 12 sub c en volgende en 13, genoemde kosten rekening gehouden met 25% van de draagkracht in het inkomen;
voor de verlening van bijzondere bijstand voor de in het artikel 8 en artikel 12 sub a en sub b genoemde kosten wordt rekening gehouden met 100% van de draagkracht in het inkomen;
bij het vaststellen van de draagkracht wordt met het vermogen dat ingevolge artikel 34 lid 2 tot en met 4 van de WWB niet buiten beschouwing is gelaten voor 100% rekening gehouden.
Hoofdstuk 2.
Artikel 7.
Gedeelte van de draagkracht waarmee rekening wordt gehouden
Onderdeel van Richtlijn bijzondere bijstand Wet Werk en Bijstand 2004