Bijlage I Handhavingsinstrumenten volgens de Wet kinderopvang

Het college kan op basis van de bevindingen van de toezichthouder ingrijpen. Hiertoe heeft het college op grond van de Wet kinderopvang een aantal instrumenten tot haar beschikking. Hieronder worden deze handhavingsinstrumenten kort beschreven.

Aanwijzing

Als een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau zich niet aan de kwaliteitseisen houdt dan kan het college een aanwijzing geven. Een aanwijzing is een beschikking de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In een aanwijzing staat welke overtredingen geconstateerd zijn, welke maatregelen binnen welke termijn getroffen moeten worden en de waarschuwing dat de aanwijzing kan worden afgedwongen met bestuursdwang, dwangsom of kan leiden tot een bestuurlijke boete.

Bevel

Als de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit zó tekortschiet dat de gezondheid of de veiligheid van de kinderen in direct gevaar is, dan kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven. De toezichthouder is hiertoe bevoegd. De bevoegdheid voor het toepassen van de andere sanctie-instrumenten onder de Wet kinderopvang ligt bij het college. Een bevel is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Een bevel heeft een geldigheidsduur van zeven dagen. Het college kan de geldigheidsduur verlengen. Deze bevoegdheid kan niet worden uitgeoefend ten aanzien van een gastouderbureau.

Verbod exploitatie voort te zetten

Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau voort te zetten, zolang hij een bevel of een aanwijzing niet opvolgt en het toepassen van bestuursdwang niet mogelijk is. Het geven van een verbod tot exploitatie is een besluit in de zin van de Awb.

Verbod om in exploitatie te gaan

Het college kan de houder verbieden een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau in exploitatie te nemen door middel van een besluit in de zin van de Awb, als blijkt dat het kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau naar verwachting niet dan wel niet langer aan de voorschriften voldoet.

Verwijdering uit het register

Het college mag de gegevens van een kinderdagverblijf, buitenschoolse opvang of gastouderbureau uit het register verwijderen, als uit onderzoek blijkt dat de houder niet aan de kwaliteitseisen voldoet.

Verwijdering ligt echter niet meteen voor de hand. Eerst zal geprobeerd worden om afspraken te maken over het nemen van maatregelen om de tekortkomingen op te heffen. Het verwijderen uit het register is een uiterst middel: het heeft tot gevolg dat de ouders de aanspraak op tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang verliezen.

Bestuursdwang

Nadat de aanwijzing of het bevel niet uitgevoerd is, kan het college besluiten ter handhaving bestuursdwang aan te zeggen, waarbij bijvoorbeeld besloten wordt een onveilig speeltoestel op kosten van de houder weg te halen, als de ondernemer dat na aanwijzing niet zelf gedaan heeft. Niet alle overtredingen zijn geschikt om met bestuursdwang op te lossen. In de plaats van bestuursdwang kan dan besloten worden tot een last onder dwangsom worden opgelegd (Awb).

Last onder dwangsom

In plaats van bestuursdwang kan het college besluiten een last onder dwangsom op te leggen. Deze sanctie kan alleen worden opgelegd aan de overtreder zelf door middel van een besluit in de zin van de Awb. Een last onder dwangsom wordt niet opgelegd als er acuut gevaar is. Dan is het beter om te kiezen voor bijvoorbeeld bestuursdwang. Een last onder dwangsom is een herstelsanctie: de overtreding moet ’hersteld’ worden. Gebeurt dit niet of niet tijdig, dan moet een geldsom worden betaald. Een voorbeeld waar de dwangsom een goed instrument kan zijn, is in het geval dat er consequent niet wordt voldaan aan de beroepskracht-kind-ratio. Dit gebeurt vaak vanuit kostenoverwegingen van de ondernemer. Door een dwangsom per constatering op te leggen, vervalt het economisch voordeel.

Bestuurlijke boete houder

Een bestuurlijke boete kan worden opgelegd als een houder een verplichting, een aanwijzing of een bevel niet nakomt. Het is een instrument om de naleving van de Wet kinderopvang te bevorderen. Het gaat hier om een punitieve sanctie, gericht op leedtoevoeging. Hiermee onderscheidt de boete zich van de bovenstaande handhavingsinstrumenten die reperatoir van karakter zijn.

De bestuurlijke boete kan al dan niet in combinatie met een last onder dwangsom, bestuursdwang of een andere reperatoire sanctie worden opgelegd (vooralsnog wordt door de gemeente Aa en Hunze ten aanzien van dit instrument terughoudendheid betracht).

Strafrechtelijke mogelijkheden

Strafrechtelijke vervolging is geen specifieke mogelijkheid voor het college en de toezichthouder zelf. Als het gaat om een opzettelijke of roekeloze overtreding die een direct gevaar voor de gezondheid of de veiligheid van personen tot gevolg heeft, dan kan geen gebruik worden gemaakt van de bestuurlijke boete. Als de gedraging strafbaar is, wordt het aan het OM voorgelegd.

Dit is een spoor naast de bestuurlijke handhaving.