**1.** Ieder lid van de raad kan schriftelijke vragen indienen. De vragen dienen kort en duidelijk te worden geformuleerd en kunnen van een toelichting worden voorzien. De vragen worden schriftelijk beantwoord.
**2.** De vragen worden bij de griffier van de raad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de raad en het college worden gebracht.
**3.** De schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen twintig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Indien beantwoording niet binnen deze termijn kan plaatsvinden, wordt de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis gesteld, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden.
**4.** De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 18 aan de leden van de raad toegezonden.
**5.** De vragensteller kan in de eerstvolgende raadsvergadering na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door het college of de burgemeester gegeven antwoord.
Hoofdstuk 4
Artikel 38
Schriftelijke vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2005