**1..** Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenreding zwaar treft, kent het college hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het college een vergunning als bedoeld in artikel 11 te verlenen;
de voorschriften door het college verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 11;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 11, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 19, tweede lid, tweede volzin.
**2..** Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening van overeenkomstige toepassing.
**3..** Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover:
hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard;
hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade had kunnen leiden;
de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend of
de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd.
**4..** Indien een schadeveroorzakende gebeurtenis als bedoeld in het eerste lid tevens voordeel voor de benadeelde heeft opgeleverd, wordt dit bij de vaststelling van de te vergoeden schade in aanmerking genomen.;
**5..** Het college kan een vergoeding toekennen in andere vorm dan betaling van een geldsom.”