1.. In deze verordening wordt verstaan onder:

  • - WWB: Wet werk en bijstand;
  • - Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;
  • - IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;
  • - IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;
  • - college: het college van burgemeester en wethouders;
  • - uitkering:
    • - de van toepassing zijnde norm inclusief eventuele gemeentelijke toeslag of verlaging ingevolge de WWB;
    • - de bijzondere bijstand voor levensonderhoud aan jongeren ingevolge de WWB;
    • - de van toepassing zijnde grondslag ingevolge de IOAW en IOAZ;
  • - belanghebbende: degene die een uitkering krachtens de in artikel 1 genoemde wetten heeft aangevraagd of aan wie een uitkering is toegekend;
  • - maatregel: een tijdelijke verlaging van de uitkering, te weten:
  • - recidive: herhaling van een gedraging, uit dezelfde dan wel lagere categorie-indeling, binnen een jaar na het nemen van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd;
  • - benadelingsbedrag: het brutobedrag aan kosten van uitkering of aan de langdurigheidstoeslag dat als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt.;
  • - wetten: de WWB, IOAW, IOAZ en het Bbz.

2.. Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de desbetreffende wet.