Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand (WWB), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.
In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet werk en bijstand;
het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen
de norm: het bedrag per maand als bedoeld in hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 van de wet;
de bijstandsnorm: het bedrag als bedoeld onder onderdeel c, vermeerderd of verminderd met de op grond van hoofdstuk 3, paragraaf 3.3 door het college vastgestelde verhoging of verlaging;
de gezinsnorm: de in deze verordening genoemde percentages die de hoogte van de toeslag of verlaging aanduiden, worden berekend over de gezinsnorm als bedoeld in artikel 21, eerste lid van de wet.
zorgbehoevende: degene zoals bedoeld in artikel 4, vijfde lid onder a en b van de wet.
mantelzorg: zorg die, niet in het kader van een hulpverlenend beroep, wordt gegeven aan een zorgbehoevende, door een of meer leden van diens naaste omgeving, waarbij de zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie.
woning: een woning zoals bedoeld in artikel 1 onderdeel j Wet op de huurtoeslag, alsmede een woonwagen of woonschip, zoals bedoeld in artikel 3, zesde lid van de wet.
basishuur: het bedrag dat voor de vaststelling van het recht op huurtoeslag voor eigen rekening blijft, zoals bedoeld in artikel 16 van de Wet op de huurtoeslag (Wth)
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond: de op de aanvangsdatum van het lopende huurtoeslagtijdvak per maand geldende huurprijs als bedoeld in de Wet op de huurtoeslag, verhoogd met de kosten van vastrecht van water, gas, elektriciteit en kabelaansluiting;
indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand omgerekende som van de ten behoeve van de financiering van de woning verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten.
Onder zakelijke lasten wordt verstaan: de rioolrechten, het eigenaarsaandeel van de onroerende zaakbelasting, de brandverzekering, de opstalverzekering en het eigenaarsaandeel van de waterschapslasten verhoogd met de kosten van vastrecht van water, gas, elektriciteit en kabelaansluiting;
indien een woonwagen of woonschip wordt bewoond: stageld, liggeld of OZB, in ieder geval niet zijnde energiekosten.
woningdeler of “ander”: degene die met één of meer anderen de woonruimte deelt, zonder dat een commerciële verhouding aanwezig is.
verhuurder: degene die een gedeelte van de eigen woning of gehuurde woning tegen een commercieel tarief ter beschikking stelt aan één of meer anderen.
kostgever: degene die tegen een commercieel tarief kost en inwoning verleent aan één of meer anderen.
kamerhuurder: een medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, die een gedeelte van de woning huurt en waarbij geen sprake is van een zelfstandige wooneenheid. Van de kamerhuurder kan een vergoeding worden verlangd voor de verleende inwoning.
kostganger: medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, waarvan een vergoeding kan worden verlangd voor verleende kost en inwoning.
onderhuurder: een medebewoner, niet zijnde een bloedverwant in de eerste graad, waarin tevens de hoofdhuurder dan wel de eigenaar van de woning zijn hoofdverblijf heeft en waarvan een vergoeding kan worden verlangd voor verleende inwoning.
commerciële huurprijs/kamerhuurprijs/onderhuurprijs: een kale huurprijs ter hoogte van minimaal 16% van de gezinsnorm per maand die is vastgelegd in een schriftelijke, individuele overeenkomst.
commerciële kostgangersovereenkomst: kostgeld (inbegrepen zijn: huur, gebruik energie, maaltijden, bewassing) ter hoogte van minimaal 35% van de gezinsnorm per maand, vastgelegd in een schriftelijke, individuele kostgangersovereenkomst.
peildatum: de dag voorafgaand aan de dag van inwerkingtreding van deze verordening.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB gemeente Wijchen