De bijstandsnorm, als bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, en tweede lid, onderdeel b van de wet, wordt verhoogd met een toeslag indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder hogere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de landelijke bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het niet of niet geheel kunnen delen van deze kosten met een ander.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 20% van de gezinsnorm voor:
de alleenstaande in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
de alleenstaande ouder met de tot zijn last komende kinderen in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft;
de zorgbehoevende alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning een mantelzorger ter verzorging inwonend is;
de mantelzorger die ter verzorging van een zorgbehoevende, als bedoeld in het vorige lid, inwonend is.
de alleenstaande of alleenstaande ouder in wiens woning uitsluitend inwonend studerende kinderen zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d van de wet zijn die aanspraak maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) of een tegemoetkoming in de studiekosten krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).
De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 5% van de gezinsnorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder de woning bewoont met één onderhuurder/kostganger/kamerhuurder en voor die inwoning redelijkerwijs een commercieel tarief als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub q of s van deze verordening, kan ontvangen.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 0% van de gezinsnorm indien de allleenstaande of alleenstaande ouder de woning bewoont met twee onderhuurders/kostgangers of kamerhuurders. Wanneer sprake is van drie of meer onderhuurders/kostgangers of kamerhuurders wordt geen toeslag verstrekt en vindt toepassing van artikel 8 van deze verordening plaats.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op 15% van de gezinsnorm indien de alleenstaande of de alleenstaande ouder blijkens een commerciële overeenkomst als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub r of s van deze verordening als onderhuurder/kostganger/ kamerhuurder aantoonbaar een bedrag aan onderhuur, kostgeld of kamerhuur betaalt.
De toeslag als bedoeld in het eerste lid bedraagt voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder op wie de voorgaande leden niet van toepassing zijn 10% van de gezinsnorm.
Hoofdstuk
Artikel 3
Toeslagen alleenstaande en alleenstaande ouder (artikel 25 WWB)
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB gemeente Wijchen