De bijstandsnorm wordt lager vastgesteld indien het gezin lagere algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan heeft dan waarin de bijstandsnorm voorziet, als gevolg van het geheel of gedeeltelijk kunnen delen van deze kosten met een ander die het hoofdverblijf in de woning heeft.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 10% van de gezinsnorm.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 15% van de gezinsnorm indien het gezin de woning bewoont met één onderhuurder/kamerhuurder of kostganger en het gezin daarvoor redelijkerwijs een commercieel tarief kan ontvangen.
De verlaging wordt vastgesteld op 20% van de gezinsnorm indien het gezin de woning bewoont met twee onderhuurders/kamerhuurders of kostgangers en daarvoor redelijkerwijs een commercieel tarief kan ontvangen. Wanneer sprake is van drie of meer kamerhuurders/kostgangers of onderhuurders vindt toepassing van artikel 8 van deze verordening plaats.
De verlaging als bedoeld in het eerste lid bedraagt 5% van de gezinsnorm, indien het gezin krachtens een commerciële overeenkomst als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub q of r van deze verordening als onderhuurders, kostgangers of kamerhuurders aantoonbaar een bedrag aan onderhuur, kostgeld of kamerhuur betaalt.
Geen verlaging van de gezinsnorm vindt plaats bij:
inwoning van een zorgbehoevende als bedoeld in artikel 1, tweede lid, sub f van deze verordening, zowel voor de zorgbehoevende als voor de verzorgende c.q. mantelzorger;
inwoning van uitsluitend meerderjarige studerende kinderen zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d van de wet die aanspraak maken op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) of een tegemoetkoming in de studiekosten krachtens de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS).
Hoofdstuk
Artikel 5
Verlaging norm gezin (artikel 26 WWB)
Onderdeel van Verordening toeslagen en verlagingen WWB gemeente Wijchen