1. Onverminderd artikel 2, tweede lid, wordt de maatregel vastgesteld op:
a. vijf procent van de bijstandsnorm bij gedragingen van de eerste categorie;
b. tien procent van de bijstandsnorm bij gedragingen van de tweede categorie;
c. dertig procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de derde categorie;
d. honderd procent van de bijstandsnorm gedurende twee maanden bij gedragingen van de vierde categorie.
De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid kan worden verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van dezelfde of hogere categorie. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld het besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen, bedoeld in artikel 6, tweede lid.
Indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een maatregel als bedoeld in het tweede lid is opgelegd voor een derde keer schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging van de vierde categorie wordt een maatregel voor onbepaalde tijd opgelegd, onverminderd het bepaalde bij artikel 7, derde lid tweede zin. Met een besluit waarmee een maatregel is opgelegd wordt gelijkgesteld een besluit om daarvan af te zien op grond van dringende redenen als bedoeld in artikel 6 tweede lid.
Hoofdstuk 2.
Artikel 10.
De hoogte en duur van de maatregel
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012