De gedragingen die verband houden met het geen of onvoldoende medewerking verlenen aan het verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid, worden in vier categorieën onderscheiden. Hierbij is de ernst van de gedraging het onderscheidend criterium. Een gedraging wordt ernstiger geacht naarmate de gedraging concretere gevolgen heeft voor het niet verkrijgen van betaalde arbeid.
De gedragingen die in dit artikel worden genoemd zijn minder concreet omschreven dan in het Maatregelenbesluit. De reden hiervoor is dat de WWB, in tegenstelling tot de Abw, volstaat met een algemene omschrijving van de plicht tot arbeidsinschakeling. De concrete invulling van de verplichtingen dient zoveel mogelijk te worden afgestemd op de mogelijkheden van de individuele bijstandsgerechtigde.
De eerste categorie, onderdeel a, betreft de formele verplichting om zich als werkzoekende in te schrijven bij UWV WERKbedrijf en ingeschreven te doen blijven.
Onderdeel b betreft de verplichting om het individuele activeringsplan, het (standaard) trajectplan, te ondertekenen. Het trajectplan wordt als bijlage bij het besluit tot toekenning of voortzetting van de bijstand meegestuurd. Deze verplichting geldt uiteraard alleen als de gemeente voorschrijft dat bijstandsgerechtigden een trajectplan moeten ondertekenen.
De tweede categorie betreft de verplichting tot een actieve opstelling op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld de eigen verantwoordelijkheid van de belanghebbende om voldoende te solliciteren.
Aan dit artikel is een nieuwe bepaling toegevoegd: Art 9 lid 1 onder c van de aangescherpte WWB bevat de verplichting om naar vermogen opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige taken te verrichten. Voorshands is het niet voldoen aan deze verplichting in de tweede categorie ondergebracht. Het betreft een nieuw instrument waarmee nog eerst ervaring moet worden opgedaan en waar gezien de parlementaire toelichting geen al te zware sanctie(dreiging) bij gehanteerd kan worden.
In de derde categorie gaat het om gedragingen die direct een aanleiding vormen tot een beroep op bijstand of het zonder noodzaak langer voortduren daarvan. Het gaat hier om het stellen van niet verantwoorde beperkingen ten aanzien van de aanvaardbare arbeid en om gedragingen die de kansen op arbeidsinschakeling verminderen. Voorbeelden van deze categorie zijn negatieve gedragingen bij sollicitaties en onvoldoende meewerken aan het opgesteld trajectplan (plan van aanpak vanaf 1-1-2012) waaronder ook sociale activering verplicht kan worden gesteld.
De vierde categorie betreft het niet aanvaarden/verliezen van algemeen geaccepteerde arbeid en het niet meewerken aan het plan van aanpak.
Hoofdstuk
Artikel 9.
Indeling in categorieën
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2012