Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5:3

Plaatsingsplicht

Onderdeel van Sociaal statuut van de gemeente Bunschoten

De nieuwe organisatie verplicht zich ertoe alle betrokken personeelsleden een passende functie aan te bieden. Inpassing geschiedt in een functie met een functioneel salarisniveau dat minimaal gelijk is aan het functioneel salarisniveau van de oude functie. Indien de nieuwe organisatie zich, zulks ter beoordeling van de Plaatsingscommissie, in redelijkheid niet kan houden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de regelen als bedoeld in lid 1 en 2, bestaat de mogelijkheid via flankerend beleid (outplacement, collegiale doorlening en dergelijke) een alternatieve oplossing aan te dragen. Onderdeel van deze oplossing kunnen zijn: bijscholing en omscholing; tijdelijke tewerkstelling binnen de gemeentelijke organisatie, al dan niet bovenformatief; een geschikte functie binnen de gemeentelijke organisatie; een na de plaatsingsprocedure vrijgekomen passende functie binnen de gemeentelijke organisatie; tijdelijke detachering naar een externe organisatie: outplacementbegeleiding; een passende functie buiten de gemeentelijke organisatie; flankerende maatregelen, die erop gericht zijn financiële nadelen voor betrokkene van een mogelijke oplossing weg te nemen. De kosten van bijscholing, omscholing en outplacementbegeleiding zijn voor rekening van de werkgever. Indien na zorgvuldig onderzoek constateert wordt dat geen structurele oplossing kan worden gevonden, zal de ambtenaar eervol ontslag wegens reorganisatie worden verleend, als bedoeld in artikel 8:4 van de CAR. De bovenwettelijke werkloosheidsuitkering van de CAR, hoofdstuk 10a, is van toepassing, indien recht bestaat op een uitkering krachtens de WW. De kosten voor de WW en de bovenwettelijke uitkering van de CAR, hoofdstuk 10a, worden afgewenteld op de nieuwe organisatie door opname van een passage hierover in de exploitatieovereenkomst.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel