Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Begripsbepalingen

Onderdeel van Zeehavengeldverordening Vlaardingen 2012

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: 1. ballast   : vaste en vloeibare stoffen - water voor land¬bouw¬doel¬einden, industrieel¬¬ gebruik¬ of mense¬lij¬¬ke con¬sum¬ptie en andere goederen met han¬dels¬waarde hier¬onder niet be¬grepen - welker inneming in het zee¬schip uitsluitend ge¬schiedt of is geschied ter ver¬ho¬ging van de stabi¬li¬teit van het zeeschip of ter verla¬ging van het hoogste punt bo¬ven de waterspie¬gel; 2. bruto-ton (BT)  : de eenheid voor de bruto-in¬houd van een ze¬e¬sc¬hip zo¬als be¬do¬eld in het Ve¬r¬dr¬ag in¬za¬ke de me¬t¬ing van sc¬he¬pe¬n, London 1969 (Trb. 1979, nr 122 en 194); 3. bunkeren   : het door het zeeschip innemen van brandstof voor eigen ge¬bruik; 4. container   : een laadkist als omschreven in de aanbeveling ISO 688 – 1979 als Series I freight containers van de International Organisati¬on for Stand¬ardization voor zover de lengte ten minste 6,055 meter bedraagt; 5. containerschip  : een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting geheel is bestemd voor het vervoer van con¬tainers; 6. cruise-schip   : een zeeschip dat uitsluitend is bestemd en wordt ge¬bruikt voor bedrijfsmatig vervoer van passa¬giers, die voor toeristische doeleinden, in hoofdzaak in de zee¬reis zelf gelegen, deelnemen aan die reis; 7. haven van Vlaardingen :  de voor de openba¬re dienst be¬stem¬de gemeentewateren, kaden, aanleg¬stei¬gers, meer¬palen, boeien en andere soortgelijke werken of inrichtingen die bij de gemeen¬te in beheer of in onderhoud zijn; 8. havengebied Rijnmond / Moerdijk   : de gezamenlijke havens van de partijen bij de samen¬werkingsregeling zeehavengeld, te weten: Havenbedrijf Rotterdam N.V., gemeente Dordrecht, gemeente Schie¬dam, gemeente Vlaardingen, gemeente Maassluis, Industrie- en Havenschap Moerdijk, Van Ommeren Tank Terminal Vlaardingen B.V., Rotterdam Bulk Terminal B.V.; 9. lading   : alle door een zeeschip geloste en ingenomen goede¬ren en verpak¬kingsmateriaal, containers, tr¬ai¬le¬rs en zelf¬drij¬vende laad¬bak¬ken, met uitzonde¬ring van de hand¬bagage van passa¬giers, voor zover deze met passagiers op hetzelf¬de schip wordt vervoerd, bal¬last, brandstof, proviand en andere voor eigen ge¬bruik be¬stemde scheepsbenodigdheden; 10. lash-schip   : een zeeschip dat door zijn in¬richting in hoofd¬zaak bestemd is en wordt gebruikt voor het ver¬voer van zelfdrijvende laadbak¬ken; 11. lijndienst   : een vastgestelde vaart van zeeschepen tussen vaar¬gebieden onderhouden door een rederij of alliantie waarbij: - wordt gevaren volgens een minimaal 28 da¬gen tevoren door de rederij bekendgemaakt vaar¬schema van geregelde afvaarten tussen het havengebied van Rijnmond/Moerdijk en min¬stens één vaste bestemming overzee, - in het vaarschema tevens de laatste haven voor en de eerste haven na Rijnmond/Moerdijk zijn opgenomen; - de lijndienst opereert volgens het principe van een "common carrier" hetgeen wil zeggen dat van iedere verlader de aangeboden lading, zover er ruimte is, wordt geaccepteerd tegen een vastge¬steld tarief; - het schip alleen stukgoed overslaat; 12. meetbrief   : de geldige meetbrief, bedoeld in artikel 24 van de Meetbrie¬venwet 1981 (Stb. 1981, 122); 13. oorlogsschip  : een zeeschip dat ten behoeve van de Konink¬lijke Marine of de Ma¬rine van een vreemde mogendheid wordt gebezigd, waarover een mili¬tair ter zeemacht het bevel voert en dat geheel of gedeelte¬lijk met mili¬tairen is bemand; 14. plezierjacht   : een zeeschip dat uitsluitend wordt gebruikt voor de recrea¬tie, niet zijnde een cruise-schip of een zeilend bedrijfs¬vaartuig; 15. roll-on/roll-off-schip                : een zeeschip dat in hoofdzaak is bestemd en wordt gebruikt voor het vervoer van lading die ge¬heel of ten dele rijdend aan en van boord wordt gebracht over een tot de vaste uitrusting van een schip beho¬rende, speci¬aal daarvoor uitgeruste laadklep; 16. ruwe olie   : ruwe aardolie en ruwe oliën uit bitumi¬neuze minera¬len als be- ¬ doeld onder nr. 27.09 van de gecombineer¬de nomenclatuur be¬doeld in artikel 1 van Verorde¬ning (EEG) nr. 2658/87, Publica¬tieblad van de Euro¬pese Gemeen¬schappen nr. L 256 van 7 septem¬ber 1987, zoals nadien gewij¬zigd; 17. samenwerkingsregeling zeehavengeld  : de overeenkomst samenwerking heffing en invorde¬ring zee- ha¬ven¬geld, zoals vastgesteld door de gemeenteraad van Vlaardingen; 18. scheepsreparatie- inrichting   : een inrichting waarvan de hoofdactiviteit is ge¬legen in het verrichten of het gelegenheid geven tot het ver¬richten van herstellingen aan zeeschepen en die be¬schikt over speciaal voor dat doel bestemde en in gebruik zijnde ligplaatsen; 19. schip   : elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijf¬ver¬mogen wordt ge¬bruikt dan wel bestemd of ge¬schikt is voor het vervoer van personen, koopwaren, grondstof¬fen, produkten en voor¬werpen van allerlei aard, al dan niet met het drijvend lichaam één geheel uitmaken¬de; 20. second call   : een tweede bezoek binnen een reis van een schip in een intercontinentale lijndienst; 21. sleepboot   : een zeeschip dat blijkens bouw en inrichting in hoofd¬zaak bestemd is of wordt gebruikt voor het sle¬pen, duwen of assiste¬ren van andere schepen; 22. slops   : schadelijke stoffen welke zijn ontstaan als gevolg van het huishouden van een schip, zoals bedoeld in arti¬kel 1 van de Wet voorko¬ming verontreiniging door sche¬pen (Stb. 1983, 683); 23. tankschip   : een zeeschip dat geheel of ten dele is be¬ste¬md of wordt ge¬bruikt voor het vervoer van vloeibare lading in onverpakte toestand; 24. tarieven   : Voor de toepassing van de tarieven van deze verorde¬ning wordt verstaan onder: 1. Achterlandtarief: Een tarief dat alleen van toepassing is voor sche¬pen, die aan de volgende twee voorwaarden voldoen:      1. Op het Certificaat van Deugdelijkheid van het schip is het vaarge¬bied als volgt beperkt: de wateren van Eemsmond benoorden de Duitse waddenei¬landen naar de monden van de We¬ser, Elbe en Eider, door het Noord-Oostzeeka¬naal naar de Oostzee tot de lijn Stralsund-Trelleborg, alsmede door de Sont en de Belten naar het Kattegat tot de lijn Gre¬naa-Kullen. 2. Het schip bereikt vanuit Harlingen of Delfzijl recht¬streeks binnendoor het Havengebied Rijnmond/Moerdijk en verlaat na vertrek Ne¬derland weer rechtstreeks binnendoor via de havens van Delfzijl of Harlin¬gen.      In afwijking van het bepaalde in artikel 5 lid 1, is dit tarief verschul¬digd in elke haven die in het havenge¬bied Rijn¬mond/Moerdijk wordt bezocht. De verblijfs¬duur per haven is maximaal 10 dagen. 2. Bunkertarief: : Dit tarief geldt voor een verblijfsduur van ten hoogste 48 uur indien het bezoek uitsluitend wordt gebruikt om te bunkeren. 3. Klaringstarief : Een zeeschip dat één van de havens van het haven¬gebied Rijn¬mond/Moer¬dijk uitsluitend door de douane wordt in- of uitge¬klaard alvorens door te varen naar het achterland is voor dit in- of uitklaren telkens het klaringsta¬rief verschuldigd. De verblijfsduur is daarbij beperkt tot 12 uur. Voor wat de ligplaatsen betreft zijn er beperkingen in Rotter¬dam en Dor¬drecht. In Rotterdam dient ligplaats gekozen te worden aan de Parkkade of de Stieltjeska¬de en in Dordrecht aan de Han¬delskade, of voor zeeschepen die vanwege de aard van hun (gevaarlijke) lading bepaalde afstanden in acht moeten nemen, op de aangewe¬zen plaats in de Tweede Merwedeha¬ven. Dit tarief is niet verschuldigd indien het zeeschip ook onder een van de andere tarieven van de tabel zee¬havengeld verschul¬digd is. 4. Oplegtarief : Dit tarief is verschuldigd voor elke maand of gedeelte daar¬van, dat het schip na het eerste tijdvak van 2 maanden nog in het Havenge¬bied Rijn¬mond/Moerdijk verblijf houdt. Indien gedurende de tijdvakken, dat dit tarief ver¬schuldigd is lading wordt ingeno¬men dan wel gelost, wordt deze geacht te zijn ingeno¬men danwel gelost tijdens het tijdvak voordat het oplegtarief van toepas¬sing was. 5.  Ruwe aardolietankers : Schepen die ruwe olie lossen al dan niet in com¬bina¬tie met laden. : Schepen die ruwe olie lossen al dan niet in combina¬tie met lossen en/of laden van andere goederen. : Schepen die uitsluitend ruwe olie laden. 6. Shortsea/feedertarief: Dit tarief is van toepassing indien:      1. het schip in lijndienst vaart, 2. het schip ten hoogste 6500 BT meet, 3. het schip uitsluitend stukgoed vervoert, 4. het vaargebied is beperkt tot Europa, het Mid¬del¬landse Zeege¬bied en de Zwarte Zee, Ma¬rokko, de Canarische eilanden, Madeira en de Kaap Verdische eilanden. 25. ton    : een massa van 1.000 kg; 26. vissersschip   : een zeeschip dat uitsluitend is bestemd en wordt ge¬bruikt voor het vangen van vis of van andere leven¬de rijkdommen op zee; 27. werkschip   : een zeeschip dat is bestemd of wordt gebruikt voor de exploratie dan wel exploitatie van olie- en gasvel¬den op zee dan wel de  winning van mineralen op zee; 28. zeeschip   : elk schip dat is bestemd of wordt ge¬bruikt voor de vaart buitengaats als be¬doeld in arti¬kel 1, eerste lid, van de Schepenwet (Stbl. 1909, 219); alsmede elk schip dat in verband met sloop of voorge¬nomen sloop voor de onder ten eerste bedoelde vaart niet meer wordt gebruikt of de bestemming daartoe heeft verloren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel