De belasting wordt niet geheven ter zake van:
**1..** het hebben van voorwerpen, waarvan de aanwezigheid door de gemeente op grond van een overeenkomst of anderszins rechtens moet worden gedoogd;
**2..** het hebben van voorwerpen ten behoeve van percelen, waarvan de gemeente krachtens eigendom, bezit of beperkt recht de genothebbende is, met uitzondering van die percelen, welke aan derden zijn verhuurd;
**3..** voorwerpen, waarvoor voorheen krachtens de bepalingen van de “Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting ter zake van het winkelerf in de Akerstraat te Kerkrade-West” belasting werd betaald;
**4..** voorwerpen welke uitsluitend in een algemeen belang voorzien of welke uitsluitend worden gebezigd voor weldadige doeleinden;
**5..** overbouwingen, erkers, uitbouwingen, balkons, vensterbanken, kelderingangen, funderingen, putten, koekoeken, licht- en luchtopeningen, stoeptreden, dakgoten, afvoerbuizen van hemelwater, gevelroosters, rolluiken, rolluikkasten, luidsprekers, hijswerktuigen;
**6..** verkeerstekens, wegwijzers, lichtmasten, standbeelden, kruisbeelden, banken, hekken, palen, rijwielblokken, rijwielbeugels, fonteinen, brievenbussen, telefooncellen, abri’s;
**7..** buizen, kabels, transportleidingen;
**8..** vlaggen, vlaggendoeken, vlaggenstokken en wimpels, tenzij deze voor reclamedoeleinden worden gebezigd;
**9..** voorwerpen op de openbare weg bij kleinschalige, niet-commerciële buurtactiviteiten;
**10..** voorzieningen aangebracht ten behoeve van mindervaliden, tot het toegankelijk maken van een eigendom;
**11..** voorwerpen, waarvoor krachtens de bepalingen van de “Verordening reclamebelasting 2010” belasting wordt betaald
Artikel 8
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2012