Het College kan de gevraagde voorzieningen in ieder geval weigeren:
Indien en voor zover op grond van verstrekte gegevens niet kan worden vastgesteld dat recht op een voorziening bestaat;
als de aanvraag een persoonsgebonden budget betreft voor kosten die de ondersteuningsvrager voorafgaand aan het moment van aanvragen of op het moment van beschikken heeft gemaakt;
als een soortgelijke voorziening eerder verstrekt is en de voorziening geheel of gedeeltelijk verloren is gegaan door toedoen van de ondersteuningsvrager.
Hoofdstuk 10.
Artikel 10.3
Gronden voor weigering
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning