Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Resultaat 1: een schoon en leefbaar huis

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

InleidingTot een schoon en leefbaar huis behoort het zwaar en licht huishoudelijk werk. Het gaat daarbij concreet om het stofzuigen van de woning, het schoonmaken van badkamer, keuken, toilet, het dweilen van vloeren en het schoonhouden van de overige ruimten die onder de compensatieplicht vallen. Dit zijn alleen die ruimten die voor dagelijks gebruik noodzakelijk zijn. Daarbij kunnen persoonskenmerken en behoeften het noodzakelijk maken hiervan af te wijken. Afwegingskader Het gaat om alle activiteiten teneinde het huis schoon en leefbaar te houden. Uitgangspunt is dat rekening wordt gehouden met die kamers/delen van het huis die frequent gebruikt worden. Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Vervolgens beoordeelt het college of er andere eigen mogelijkheden zijn. Eén van deze mogelijkheden is de financiële beoordeling, waarbij rekening gehouden wordt met het van toepassing zijnde inkomen en/of vermogen van de aanvrager. Zie het gestelde onder Hoofdstuk 1, onder 1.2, het Gesprek, ad 6 Oplossingsmogelijkheden. Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke zorg. Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is die in staat kan worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Of sprake van inwonendheid is, wordt de concrete feitelijke situatie beoordeeld. Er wordt rekening gehouden met de redelijkerwijs van huisgenoten te verwachten hulp. “Redelijkerwijs” wil zeggen dat er rekening wordt gehouden met de bestaande taakverdeling werken-leren-huishouding in de totale leefeenheid, en niet alleen met de theoretische mogelijkheid tot het leveren van een bijdrage in het huishouden. Bij gebruikelijke zorg wordt gelet op de leeftijd van de huisgenoot. Tot 18 jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren bijvoorbeeld door hun eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten, zoals het doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz.. Vanaf 18 jaar wordt men verondersteld een eenpersoonshuishouden te kunnen draaien. Vanaf 23 jaar wordt men verondersteld een volledig huishouden te kunnen draaien. Bij gebruikelijke zorg wordt uitgegaan van de mogelijkheid om naast een volledige baan een huishouden te kunnen runnen (zie bijlage 2). Als het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem, compenseert het college. Bij het compenseren wordt gestreefd naar maatwerk en wordt een normensysteem gehanteerd waarmee het te bereiken resultaat: een schoon en leefbaar huis bereikt kan worden. Bij deze normering wordt aangesloten bij de richtlijn indicatieadvisering huishoudelijke hulp MO-zaak 2011 (zie bijlage 2). De hulp kan door het college worden toegekend in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget (zie hoofdstuk 3). Hulp bij het huishouden in natura kent het college toe in uren en minuten per week. Ook bij mantelzorgers kan sprake zijn van problemen met een schoon huis. Dit is een afgeleid recht van de verzorgde, zodat géén zelfstandige aanspraak voor compensatie voor de mantelzorger ontstaat.

Rechtspraak bij dit artikel