Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Resultaat 3: goederen voor primaire levensbehoeften

Onderdeel van Beleidsregels voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Aalten 2012

Inleiding In elk huishouden zijn boodschappen voor de dagelijkse activiteiten nodig. De compensatieplicht is beperkt tot levensmiddelen en schoonmaakmiddelen, zaken die dagelijks/wekelijks gebruikt worden in elk huishouden. Hieronder vallen dus niet de inkopen zoals kleding en duurzame goederen, zoals huishoudelijke apparaten of meubels. Het is heel normaal dat mensen deze boodschappen geclusterd doen door één maal per week de grote voorraad in huis te halen. Wij stellen dat ook als uitgangspunt, maar als het bij de persoonsbehoefte past kan daar van worden afgeweken. Ook kan de ondersteuningsvrager een rol gaan vervullen in het doen van kleine boodschappen voor zijn sociale netwerk. Een alternatief voor de wekelijkse, maar ook kleinere, boodschappen zijn boodschappendiensten. Sommige supermarkten hebben een dergelijke service. Maar ook de lokale Stichting Figulus Welzijn heeft een dergelijke dienst. Een boodschappendienst is volgens de jurisprudentie aanvaardbaar als er niet al te hoge kosten aan verbonden zijn. Ook het bereiden van maaltijden valt onder dit resultaat. In sommige situaties kan van een maaltijdservice gebruik worden gemaakt. Ook kunnen soms kant- en klaarmaaltijden uit de supermarkt (tijdelijk) een oplossing bieden. Afwegingskader Onder dit resultaat worden gerekend de boodschappen inzake levens- en schoonmaakmiddelen die dagelijks nodig zijn en zo nodig de bereiding van maaltijden. Allereerst beoordeelt het college of in het gesprek, als dat heeft plaatsgevonden, alle voorliggende en algemeen gebruikelijke voorzieningen meegenomen zijn. Vervolgens zal het college beoordelen of er andere eigen mogelijkheden zijn. Daarna beoordeelt het college of er sprake is van gebruikelijke zorg. Is een huisgenoot in staat om huishoudelijk werk over te nemen? Als dat een korte periode niet het geval is wordt beoordeeld of er sprake is van uitstelbare taken. Het doen van boodschappen is uitstelbare hulp, het bereiden van maaltijden is niet-uitstelbare hulp. Hiervoor kan de ondersteuningsvrager gecompenseerd worden. Hier kan dan desondanks sprake zijn van gedeeltelijke gebruikelijke zorg. Als al het voorafgaande niet geleid heeft tot een oplossing van het probleem zal het college compenseren met een individuele Wmo voorziening. Uitgangspunt is: één maal in de week boodschappen. De normtijden hiervoor worden uitgedrukt in uren en/of minuten. Het resultaat: beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften, als individuele voorziening, kan door het college in natura of via een persoonsgebonden budget bereikt worden. Het college houdt rekening met de belangen van mantelzorgers. Zo kan in geval van dreigende overbelasting een individuele voorziening aan de verzorgde worden toegekend. Deze voorziening kan dan niet – als het een pgb betreft - door de mantelzorger worden ingevuld: het gaat immers om diens (dreigende) overbelasting Ook hier gaat het om een afgeleid recht. Het college kan ook op voorhand rekening houden met periodes van afwezigheid van de mantelzorger, bijvoorbeeld bij vakantie.

Rechtspraak bij dit artikel